-
Ieder beding, waarbij visrecht van de eigendom van de grond onder het water wordt afgescheiden, is nietig.
-
Waar bij het in werking treden van deze wet visrecht op wateren van anderen bestaat, kan het door dezen worden afgekocht, al ware het tegendeel uitdrukkelijk bedongen.
-
Onze Minister is tot de in het tweede lid bedoelde afkoop bevoegd.
-
Bij geschil over de afkoopprijs wordt deze door de rechtbank van het arrondissement, waarin de wateren zijn gelegen, na verhoor van deskundigen bepaald.
Visserijwet 1963 Actueel
Inhoud
Hoofdstuk VII
Artikel 64
Artikel 65
Artikel 66
De rechten en verplichtingen, voortspruitende uit overeenkomsten van huur en verhuur van visrecht, welke van kracht zijn op het tijdstip, waarop deze wet in werking treedt, worden te rekenen van dat tijdstip, doch alleen voor het vervolg, beheerst door de bepalingen van deze wet.
Artikel 67
Artikel 68
Overeenkomsten van huur en verhuur van visrecht voor bepaalde tijd, welke op 1 februari 1955 van kracht waren en welke bij het in werking treden van deze wet nog van kracht zijn, gelden voor de duur waarvoor zij zijn aangegaan of verlengd.
Artikel 69
Artikel 70
De gevolgen, welke het overlijden van de huurder ten aanzien van de overeenkomst van huur en verhuur van visrecht heeft, worden geregeld door het recht, geldende ten tijde van het overlijden.
Artikel 71
Artikel 72
Artikel 73
Artikel 74
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bedragen vastgesteld welke verschuldigd zijn ter zake van het ingevolge deze wet uitreiken van bescheiden, alsmede ter zake van de krachtens de artikelen 3a, 4, 5, 9 of 16 voorgeschreven controles, verrichtingen of onderzoeken.
-
De in het eerste lid bedoelde bedragen worden zodanig vastgesteld dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde kosten die in een rechtstreeks verband staan met de werkzaamheden waarvoor het tarief wordt opgelegd, onverminderd de daaromtrent bij een communautaire maatregel vastgestelde verplichtingen.
Artikel 75
-
De zorg voor de archiefbescheiden van de bij de wet van 6 september 2006 tot wijziging van de Visserijwet 1963 (Stb. 2006, 476) opgeheven Organisatie ter verbetering van de binnenvisserij ligt bij Onze Minister.
-
De archiefbescheiden kunnen, voor zover zij niet zijn overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats, tijdelijk ter beschikking worden gesteld aan een door Onze Minister aan te wijzen rechtspersoon.
-
Onze Minister stelt vast voor welk tijdvak de in het tweede lid bedoelde archiefbescheiden aan de rechtspersoon ter beschikking worden gesteld.
-
De rechtspersoon rapporteert jaarlijks aan Onze Minister over het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden. Het in de artikelen 25a en 25b van de Archiefwet 1995 bedoelde toezicht op het beheer blijft op de krachtens het tweede lid ter beschikking gestelde archiefbescheiden van toepassing.
-
Onze Minister is te allen tijde bevoegd inzage te nemen van de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden dan wel daarvan of daaruit reproducties, afschriften of uittreksels te vorderen.
-
De kosten van het beheer van de krachtens het tweede lid ter beschikking gestelde archiefbescheiden komen ten laste van de in dat lid bedoelde rechtspersoon.
-
De overbrenging van de in de in het eerste lid bedoelde archiefbescheiden naar een rijksarchiefbewaarplaats geschiedt door Onze Minister met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Archiefwet 1995.
Artikel 76
Artikel 77
Artikel 78
Artikel 79
Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip. Zij kan worden aangehaald als: "Visserijwet", met vermelding van het jaartal van het Staatsblad, waarin zij is geplaatst.