Visserijwet 1963

Inhoud

Artikel 21

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-04-2024.
Deze versie geldt vanaf 01-04-2024.
  1. Behoudens indien het betreft het uitzetten van vis, is het verboden in een water als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, te vissen voor zover een ander rechthebbende is op het visrecht van dat water.

  2. Het verbod in het eerste lid geldt niet:

    1. voor hem, die voorzien is van een schriftelijke toestemming van de rechthebbende, geldende voor de visserij, welke wordt uitgeoefend;

    2. voor hem die de rechthebbende op het visrecht of de houder van de schriftelijke toestemming behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend;

    3. voor het vissen met een hengel door personen onder de veertien jaar die vissen onder begeleiding van een volwassene die voorzien is van de in onderdeel a bedoelde schriftelijke toestemming, of die vissen in het kader van een door de betreffende rechthebbende op het visrecht georganiseerd evenement;

    4. voor het vissen in een binnen een afgesloten erf gelegen viswater, dat geen voor het doorlaten van vis geschikte verbinding met andere wateren bezit dan wel in een viskwekerij, die voldoet aan de door Onze Minister te stellen regelen.

01-04-2024 Huidig 01-01-2023 Historisch 01-01-2019 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-04-2011 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-03-2005 Historisch 01-01-2003 Historisch 12-07-2002 Historisch 01-02-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 25-01-2014.

Tekst van deze versie

  1. Behoudens indien het betreft het uitzetten van vis, is het verboden in een water als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, te vissen voor zover een ander rechthebbende is op het visrecht van dat water.

  2. Het verbod in het eerste lid geldt niet:

    1. voor hem, die voorzien is van een schriftelijke toestemming van de rechthebbende, geldende voor de visserij, welke wordt uitgeoefend;

    2. voor hem die de rechthebbende op het visrecht of de houder van de schriftelijke toestemming behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend;

    3. voor het vissen met een hengel door personen onder de veertien jaar die vissen onder begeleiding van een volwassene die voorzien is van de in onderdeel a bedoelde schriftelijke toestemming, of die vissen in het kader van een door de betreffende rechthebbende op het visrecht georganiseerd evenement;

    4. voor het vissen in een binnen een afgesloten erf gelegen viswater, dat geen voor het doorlaten van vis geschikte verbinding met andere wateren bezit dan wel in een viskwekerij, die voldoet aan de door Onze Minister te stellen regelen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Visserijwet 1963