-
Voor de geldigheid van een vergunning is vereist:
dat deze in duidelijk leesbaar en niet uit te wissen schrift ten minste vermeldt: de naam, de voorletters en de woonplaats van de rechthebbende op het visrecht en van de houder, de geboortedatum van de houder, de omschrijving van het water en de visserij waarvoor zij geldt, de dagtekening, de geldigheidsduur en de voor het genot der vergunning berekende vergoeding;
dat het stuk, waarop de vergunning is gesteld, door of vanwege de Kamer is gewaarmerkt.
-
Het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b, geldt niet:
voor vergunningen, welke ingevolge het bepaalde in artikel 22, zesde lid, zonder toestemming van de Kamer mogen worden verleend;
voor vergunningen uitgereikt door openbare lichamen.
-
De waarmerking, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts geweigerd:
indien geen toestemming tot uitreiking der vergunning is verleend dan wel het tijdvak tot hetwelk de geldigheid van de toestemming is beperkt, is verstreken;
indien het verlenen van de vergunning in strijd is met de aan de toestemming verbonden voorschriften;
indien een of meer der in het eerste lid, onder a, bedoelde gegevens, met uitzondering van de gegevens betreffende de houder en de dagtekening der vergunning, ontbreken.
-
De geldigheidsduur van een vergunning eindigt in ieder geval na verloop van drie jaren na de dagtekening der vergunning.
Inhoud
Artikel 23
Tekst van deze versie
-
Voor de geldigheid van een vergunning is vereist:
dat deze in duidelijk leesbaar en niet uit te wissen schrift ten minste vermeldt: de naam, de voorletters en de woonplaats van de rechthebbende op het visrecht en van de houder, de geboortedatum van de houder, de omschrijving van het water en de visserij waarvoor zij geldt, de dagtekening, de geldigheidsduur en de voor het genot der vergunning berekende vergoeding;
dat het stuk, waarop de vergunning is gesteld, door of vanwege de Kamer is gewaarmerkt.
-
Het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b, geldt niet:
voor vergunningen, welke ingevolge het bepaalde in artikel 22, zesde lid, zonder toestemming van de Kamer mogen worden verleend;
voor vergunningen uitgereikt door openbare lichamen.
-
De waarmerking, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts geweigerd:
indien geen toestemming tot uitreiking der vergunning is verleend dan wel het tijdvak tot hetwelk de geldigheid van de toestemming is beperkt, is verstreken;
indien het verlenen van de vergunning in strijd is met de aan de toestemming verbonden voorschriften;
indien een of meer der in het eerste lid, onder a, bedoelde gegevens, met uitzondering van de gegevens betreffende de houder en de dagtekening der vergunning, ontbreken.
-
De geldigheidsduur van een vergunning eindigt in ieder geval na verloop van drie jaren na de dagtekening der vergunning.
Nog geen automatische verwijzingen.