Visserijwet 1963

Inhoud

Artikel 54c

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-04-2011.
  1. Onze Minister kan maatregelen treffen met betrekking tot vis die via voedering, drenking, inademing of een andere vorm van blootstelling een schadelijke stof heeft opgenomen, of waarvan wordt vermoed dat hij deze heeft opgenomen, of die het gevaar loopt de stof op te nemen, en daarmee een ernstig gevaar voor mens, dier en milieu kan opleveren.

  2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn:

    1. een verbod op het vissen, en

    2. een verbod op het voorhanden en in voorraad hebben van vis.

  3. De maatregelen kunnen worden voorgeschreven:

    1. voor een daarbij aan te wijzen vissoort;

    2. voor één of meer afzonderlijke gevallen of ten algemene, en

    3. voor geheel Nederland of voor bepaalde gedeelten daarvan.

  4. Aan de maatregelen kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften als bedoeld in de eerste volzin.

  5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van de maatregelen. Hierbij kan worden voorzien in de mogelijkheid tot ontheffingverlening of in een vrijstelling voor onderzoeksdoeleinden. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de ontheffing of de vrijstelling.

  6. De maatregelen krachtens het eerste lid worden getroffen in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

01-04-2024 Huidig 01-01-2023 Historisch 01-01-2019 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-04-2011 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-01-2013.

Tekst van deze versie

  1. Onze Minister kan maatregelen treffen met betrekking tot vis die via voedering, drenking, inademing of een andere vorm van blootstelling een schadelijke stof heeft opgenomen, of waarvan wordt vermoed dat hij deze heeft opgenomen, of die het gevaar loopt de stof op te nemen, en daarmee een ernstig gevaar voor mens, dier en milieu kan opleveren.

  2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn:

    1. een verbod op het vissen, en

    2. een verbod op het voorhanden en in voorraad hebben van vis.

  3. De maatregelen kunnen worden voorgeschreven:

    1. voor een daarbij aan te wijzen vissoort;

    2. voor één of meer afzonderlijke gevallen of ten algemene, en

    3. voor geheel Nederland of voor bepaalde gedeelten daarvan.

  4. Aan de maatregelen kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften als bedoeld in de eerste volzin.

  5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van de maatregelen. Hierbij kan worden voorzien in de mogelijkheid tot ontheffingverlening of in een vrijstelling voor onderzoeksdoeleinden. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de ontheffing of de vrijstelling.

  6. De maatregelen krachtens het eerste lid worden getroffen in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Visserijwet 1963