Visserijwet 1963

Inhoud

Artikel 55

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-04-2011.
  1. Ieder, die de visserij uitoefent of pleegt uit te oefenen, is verplicht op eerste vordering van een opsporingsambtenaar:

    1. deze ambtenaar in de gelegenheid te stellen zijn vaartuig te betreden;

    2. ter inzage af te geven de op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet voor de uitoefening van de visserij vereiste akten, vergunningen, schriftelijke toestemmingen, huurovereenkomsten en andere bescheiden, waarvan inzage naar het redelijk oordeel van deze ambtenaar voor de vervulling van zijn taak nodig is;

    3. uitstaand vistuig te lichten;

    4. gesloten viskaren te openen;

    5. anderszins de medewerking te verlenen, welke deze ambtenaar voor de vervulling van zijn taak behoeft.

  2. Overtreding van het bij het vorige lid bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.

  3. De feiten strafbaar gesteld bij dit artikel worden als overtreding beschouwd.

01-04-2024 Huidig 01-01-2023 Historisch 01-01-2019 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 25-01-2014 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-04-2011 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-03-2005 Historisch 01-01-2003 Historisch 12-07-2002 Historisch 01-02-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2007.

Tekst van deze versie

  1. Ieder, die de visserij uitoefent of pleegt uit te oefenen, is verplicht op eerste vordering van een opsporingsambtenaar:

    1. deze ambtenaar in de gelegenheid te stellen zijn vaartuig te betreden;

    2. ter inzage af te geven de op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet voor de uitoefening van de visserij vereiste akten, vergunningen, schriftelijke toestemmingen, huurovereenkomsten en andere bescheiden, waarvan inzage naar het redelijk oordeel van deze ambtenaar voor de vervulling van zijn taak nodig is;

    3. uitstaand vistuig te lichten;

    4. gesloten viskaren te openen;

    5. anderszins de medewerking te verlenen, welke deze ambtenaar voor de vervulling van zijn taak behoeft.

  2. Overtreding van het bij het vorige lid bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.

  3. De feiten strafbaar gesteld bij dit artikel worden als overtreding beschouwd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Visserijwet 1963