In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  1. advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder

  2. de aandacht van het publiek brengt;

  3. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding

  4. van een seksbedrijf;

  5. bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande

  6. gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de

  7. burgemeester;

  8. escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in

  9. de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee;

  10. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van

  11. toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor

  12. wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;

  13. klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een

  14. prostituee aangeboden seksuele diensten;

  15. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met

  16. een ander tegen betaling;

  17. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een

  18. ander tegen betaling;

  19. prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;

  20. raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot

  21. prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit

  22. een voor publiek toegankelijke plaats;

  23. seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot

  24. het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig

  25. aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen

  26. betaling;

  27. seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;

  28. werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele

handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.