ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE BUNNIK 2026 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 15-06-2026, laatste wijziging 01-06-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3. Evenementen
Paragraaf Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
Paragraaf Afdeling 11. Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishoudingvan de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Artikel 2:75

Bestuurlijke ophouding

De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet te besluiten tot het

tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen

plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1; 2:1A; 2:10; 2:11; 2:16; 2:26; 2:47; 2:18;

2:49; 2:50; 2:50A; 2:73 of 5:34 van deze verordening groepsgewijs niet naleven.

Artikel 2:76

Veiligheidsrisicogebieden

De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de

openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,

een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij

behorende erven, aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied.

Artikel 2:77

Cameratoezicht op openbare plaatsen

De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing

van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van andere

voor het publiek toegankelijke door de gemeenteraad aan te wijzen plaatsen.

Artikel 2:78

Gebiedsontzeggingen

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast,

  2. het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van

  3. personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of

  4. openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  5. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan

  6. wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer van

  7. de bovengenoemde overtredingen begaat, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 4 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  8. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als de overtreding binnen 6

  9. maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid,

  10. plaatsvindt.

  11. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in

  12. verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De

  13. burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

Artikel 2:79

Begripsbepalingen

  1. In dit artikel wordt verstaan onder:

    1. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van

  2. toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;

    1. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten;

    2. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, of daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.

Artikel 2:79a

Aanwijzing gebied, straat of gebouw waar vergunningplicht geldt voor bepaalde bedrijvigheid

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, het woon- en leefklimaat of als er bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven een gebied, straat, gebouw of

  2. bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod van artikel 2:79b van toepassing is. Een

  3. aanwijzing kan zich tot één of meer bedrijfsactiviteiten beperken.

  4. De burgemeester wijst in het besluit de activiteiten aan waarvoor de vergunningplicht geldt en geeft

  5. desgewenst aan welke specifieke voorwaarden aan de vergunningplicht worden verbonden.

  6. De burgemeester kan de aanwijzing intrekken zodra deze bedrijfsmatige activiteiten naar zijn

  7. oordeel niet langer de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins

  8. ondermijning veroorzaken.

Artikel 2:79b

Exploitatie van een bedrijf in een aangewezen gebied, straat of gebouw

Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen in een door de

burgemeester aangewezen gebouw of gebied voor de door de burgemeester benoemde

bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.79a.

Artikel 2:79c

Aanvraag vergunning bedrijf in een aangewezen gebied, straat of gebouw

  1. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant.

  2. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de

  3. burgemeester vastgesteld formulier.

  4. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag kan hij verlangen dat

  5. aanvullende gegevens worden overgelegd.

  6. Indien er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor er een wijziging van de

  7. vergunning dient te komen, moet de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag indienen. Indien

  8. deze aanvraag niet binnen één maand is ingediend na de verandering van omstandigheden, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken. Een vergunning vervalt, wanneer de vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.

Artikel 2:79d

Bijzondere weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning weigeren als:

  1. naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf of de openbare

  2. orde of de veiligheid nadelig wordt beïnvloed of er om andere redenen sprake is van

  3. ondermijning door het bedrijf;

  4. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of

  5. dreigt te worden beïnvloed;

  6. de wijze van bedrijfsvoering daartoe aanleiding geeft;

  7. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de

  8. aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

  9. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

  10. er aanwijzingen zijn dat in strijd wordt gehandeld met de Wet arbeid vreemdelingen of de

  11. Vreemdelingenwet 2000; of

  12. indien de vestiging of exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend

  13. ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend

  14. voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de

  15. inwerkingtreding van de Omgevingswet of bij of krachtens de Omgevingswet, of een

  16. omgevingsplan.

Artikel 2:79e

Bijzondere gronden voor intrekking en wijziging

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde

lid intrekken of wijzigen indien:

  1. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of

  2. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt

  3. beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of

  4. de voorwaarden uit de vergunning niet worden nageleefd; of

  5. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of

  6. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij

  7. activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat

  8. strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt

  9. beïnvloed; of

  10. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of

  11. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een

  12. gewijzigde exploitatie; of

  13. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de

  14. vergunning vermelde in overeenstemming is;

  15. er aanwijzingen zijn dat in strijd wordt gehandeld met de Wet arbeid vreemdelingen of de

  16. Vreemdelingenwet 2000; of

  17. indien de vestiging of exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan,

  18. beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer, zoals die

  19. wet luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of een

  20. omgevingsplan.

Artikel 2:79f

Overgangsbepaling bestaande bedrijven

Voor aangewezen bedrijfsmatige activiteiten die op het tijdstip van de aanwijzing reeds worden

uitgeoefend stelt de burgemeester een termijn vast waarop de vergunningplicht als bedoeld in artikel

2:79b in werking treedt.

Artikel 2:79g

Sluiting bedrijf

  1. De burgemeester kan, indien een bedrijf in strijd met artikel 2:79b wordt geëxploiteerd of indien

  2. een van de situaties als bedoeld in artikel 2:79e, onder a tot en met j, van toepassing is, het bedrijf

  3. voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.

  4. Het is eenieder verboden een op grond van het eerste lid gesloten bedrijf te betreden of daarin te

  5. verblijven of te laten verblijven.

  6. De sluiting wordt tevens bekend gemaakt door het besluit tot sluiting aan te brengen op of nabij de

  7. toegang(en) van het bedrijf.

  8. De sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven,

  9. wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn

  10. oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de gronden, die tot de sluiting

  11. hebben geleid, zal plaatsvinden.

← terug naar ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE BUNNIK 2026