Besluit bouwwerken leefomgeving

Inhoud

Artikel 5.20

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Bij het verbouwen van een bouwwerk is artikel 4.149 niet van toepassing en is het in artikel 4.152 bedoelde niveau voor de warmteweerstand niet lager dan 1,4 m2•K/W of geldt het rechtens verkregen niveau als dat hoger is.

  2. In afwijking van het eerste lid geldt bij het vernieuwen of vervangen van isolatielagen een warmteweerstand van ten minste 2,6 m2.K/W voor een vloer, 1,4 m2.K/W voor een gevel en 2,1 m2.K/W voor een dak, bepaald volgens NTA 8800, en bij het vernieuwen of vervangen van ramen, deuren en kozijnen een warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2W/m2•K, bepaald volgens NTA 8800, of het rechtens verkregen niveau als dat hoger is.

  3. Bij het geheel oprichten of geheel vernieuwen van een dakkapel of van een bijbehorend bouwwerk gelden, in afwijking van het eerste lid, de in de artikelen 4.152 en 4.153 aangegeven prestatieniveaus.

  4. Bij een ingrijpende renovatie geldt, in afwijking van het eerste lid, het in artikel 4.152 aangegeven prestatieniveau.

  5. Bij een ingrijpende renovatie of wanneer het verwarmingssysteem geheel wordt vernieuwd voldoet een gebruiksfunctie aan een minimumwaarde voor hernieuwbare energie van 30 x (Aroof / Ag;tot) kWh/m2.jr, bepaald volgens NTA 8800, waarbij Aroof / Ag;tot ten hoogste 1,0 is.

  6. Het vijfde lid is niet van toepassing op een bouwwerk:

    1. voor zover artikel 4.155 van toepassing is;

    2. dat is aangesloten of aantoonbaar binnen drie jaar na de renovatie wordt aangesloten op een warmtenet als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet;

    3. voor zover het als gevolg van locatiegebonden omstandigheden of bouwtechnische belemmeringen niet mogelijk is aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen; of

    4. waarbij de maatregelen die nodig zijn om aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar, mits de maximale hoeveelheid hernieuwbare energie wordt gerealiseerd die mogelijk is met maatregelen die een terugverdientijd hebben van ten hoogste 10 jaar.

01-07-2026 Huidig 29-05-2026 Historisch 27-03-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 21-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-08-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 29-05-2026.

Tekst van deze versie

  1. Bij het verbouwen van een bouwwerk is artikel 4.149 niet van toepassing en is het in artikel 4.152 bedoelde niveau voor de warmteweerstand niet lager dan 1,4 m2•K/W of geldt het rechtens verkregen niveau als dat hoger is.

  2. In afwijking van het eerste lid geldt bij het vernieuwen of vervangen van isolatielagen een warmteweerstand van ten minste 2,6 m2.K/W voor een vloer, 1,4 m2.K/W voor een gevel en 2,1 m2.K/W voor een dak, bepaald volgens NTA 8800, en bij het vernieuwen of vervangen van ramen, deuren en kozijnen een warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2W/m2•K, bepaald volgens NTA 8800, of het rechtens verkregen niveau als dat hoger is.

  3. Bij het geheel oprichten of geheel vernieuwen van een dakkapel of van een bijbehorend bouwwerk gelden, in afwijking van het eerste lid, de in de artikelen 4.152 en 4.153 aangegeven prestatieniveaus.

  4. Bij een ingrijpende renovatie geldt, in afwijking van het eerste lid, het in artikel 4.152 aangegeven prestatieniveau.

  5. Bij een ingrijpende renovatie of wanneer het verwarmingssysteem geheel wordt vernieuwd voldoet een gebruiksfunctie aan een minimumwaarde voor hernieuwbare energie van 30 x (Aroof / Ag;tot) kWh/m2.jr, bepaald volgens NTA 8800, waarbij Aroof / Ag;tot ten hoogste 1,0 is.

  6. Het vijfde lid is niet van toepassing op een bouwwerk:

    1. voor zover artikel 4.155 van toepassing is;

    2. dat is aangesloten of aantoonbaar binnen drie jaar na de renovatie wordt aangesloten op een warmtenet als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet;

    3. voor zover het als gevolg van locatiegebonden omstandigheden of bouwtechnische belemmeringen niet mogelijk is aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen; of

    4. waarbij de maatregelen die nodig zijn om aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar, mits de maximale hoeveelheid hernieuwbare energie wordt gerealiseerd die mogelijk is met maatregelen die een terugverdientijd hebben van ten hoogste 10 jaar.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit bouwwerken leefomgeving