Wettekst.com
Besluit bouwwerken leefomgeving
§ 4.7.2
Besluit bouwwerken leefomgeving
Actueel
Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2
Algemene bepalingen voor bouwwerken
Hoofdstuk 3
Bestaande bouw
Afdeling 3.1
Algemeen
Afdeling 3.2
Veiligheid
§ 3.2.1
Constructieve veiligheid
§ 3.2.2
Constructieve veiligheid bij brand
§ 3.2.3
Afscheiding aan de rand van een vloer, trap of hellingbaan
§ 3.2.4
Veilig overbruggen van hoogteverschillen
§ 3.2.5
Beweegbare constructieonderdelen
§ 3.2.6
Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie
§ 3.2.7
Beperking van het ontwikkelen van brand en rook
§ 3.2.8
Beperking van uitbreiding van brand
§ 3.2.9
Verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook
§ 3.2.10
Vluchtroutes: verloop
§ 3.2.11
Vluchtroutes: inrichting
§ 3.2.12
Wegtunnels: hulpverlening bij brand
Afdeling 3.3
Gezondheid
Afdeling 3.4
Duurzaamheid
§ 3.4.1
Energieprestatie
§ 3.4.2
Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen
Afdeling 3.5
Bruikbaarheid
Afdeling 3.6
Toegankelijkheid, bereikbaarheid vanaf de openbare weg
Afdeling 3.7
Bouwwerkinstallaties
§ 3.7.1
Verlichting
§ 3.7.2
Voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie
§ 3.7.3
Watervoorziening
§ 3.7.4
Afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater
§ 3.7.5
Tijdig vaststellen van brand
§ 3.7.6
Vluchten bij brand
§ 3.7.7
Bestrijden van brand
§ 3.7.8
Toegankelijkheid voor hulpverleningsdiensten
§ 3.7.9
Aanvullende regels tunnelveiligheid
§ 3.7.10
Tegengaan van veel voorkomende criminaliteit
§ 3.7.11
Inzicht in de kwaliteit van de binnenlucht
§ 3.7.12
Systeem voor gebouwautomatisering en -controle
Hoofdstuk 4
Nieuwbouw
Afdeling 4.1
Algemeen
Afdeling 4.2
Veiligheid
§ 4.2.1
Constructieve veiligheid
§ 4.2.1a
Stabiliteit, drijvend vermogen en sterkte drijvende bouwwerken
§ 4.2.2
Constructieve veiligheid bij brand
§ 4.2.3
Afscheiding aan een rand van een vloer, trap of hellingbaan
§ 4.2.4
Veilig overbruggen van hoogteverschillen
§ 4.2.5
Beweegbare constructieonderdelen
§ 4.2.6
Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie
§ 4.2.7
Beperking van het ontwikkelen van brand en rook
§ 4.2.8
Beperking van uitbreiding van brand
§ 4.2.9
Verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook
§ 4.2.10
Vluchtroutes: verloop
§ 4.2.11
Vluchtroutes: inrichting en capaciteit
§ 4.2.12
Hulpverlening bij brand
§ 4.2.13
Hoge en ondergrondse gebouwen
§ 4.2.14
Brand- en explosievoorschriftengebieden
§ 4.2.15
Aanvullende regels tunnelveiligheid
§ 4.2.16
Inbraakwerendheid
Afdeling 4.3
Gezondheid
§ 4.3.1
Bescherming tegen geluid van buiten
§ 4.3.2
Bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties
§ 4.3.3
Beperking van galm
§ 4.3.4
Geluidwering tussen ruimten
§ 4.3.5
Wering van vocht
§ 4.3.6
Luchtverversing
§ 4.3.7
Spuivoorziening
§ 4.3.8
Afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht
§ 4.3.9
Bescherming tegen ratten en muizen
§ 4.3.10
Daglicht
Afdeling 4.4
Duurzaamheid
§ 4.4.1
Energieprestatie
§ 4.4.2
Milieuprestatie
§ 4.4.3
Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen
§ 4.4.4
Systeem voor gebouwautomatisering en -controle
§ 4.4.5
Systeem voor ondersteuning energiegebruik technische bouwsystemen
Afdeling 4.5
Bruikbaarheid
Afdeling 4.6
Toegankelijkheid
Afdeling 4.7
Bouwwerkinstallaties
§ 4.7.1
Verlichting
§ 4.7.2
Voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie
§ 4.7.3
Watervoorziening
§ 4.7.4
Afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater
§ 4.7.5
Tijdig vaststellen van brand
§ 4.7.6
Vluchten bij brand
§ 4.7.7
Bestrijden van brand
§ 4.7.8
Toegankelijkheid voor hulpverleningsdiensten
§ 4.7.9
Aanvullende regels tunnelveiligheid
§ 4.7.10
Tegengaan van veel voorkomende criminaliteit
§ 4.7.11
Veilig onderhoud gebouwen
§ 4.7.12
Inzicht in de kwaliteit van de binnenlucht
§ 4.7.13
Elektronische communicatie
§ 4.7.14
Technische bouwsystemen
Hoofdstuk 5
Verbouw en verplaatsing van een bouwwerk en wijziging van een gebruiksfunctie
Hoofdstuk 6
Gebruik van bouwwerken
Hoofdstuk 7
Bouw- en sloopwerkzaamheden
Hoofdstuk 8
Overgangsrecht
Hoofdstuk 9
Slotbepalingen
Bijlage I
bij artikel 1.1 van dit besluit (begrippen)
Bijlage II
bij de artikelen 3.115 en 4.208 van dit besluit (brandmeldinstallatie)
§ 4.7.2
Voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie
Bij een bouwwerk met een voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie is die voorziening veilig zodat er geen sprake kan zijn van ongevallen zoals elektrocutie, verstikking, brandwonden of verwonding door explosies.
Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.
Een voorziening voor elektriciteit voldoet aan:
NEN 1010 bij lage spanning; en
NEN-EN-IEC 61936-1 en NEN-EN 50522 bij hoge spanning.
In aanvulling op het eerste lid, aanhef en onder a, voldoen laadpunten voor elektrische voertuigen in een overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen aan mode 3 of mode 4 als bedoeld in NEN 1010.
Een voorziening voor gas voldoet aan:
NEN 1078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar; en
NEN-EN 15001-1 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar.
Een bouwwerk met een aansluiting op het distributienet voor gas heeft, voor die aansluiting, leidingdoorvoeren en een mantelbuis die voldoen aan NEN 2768.