-
De normadressaat beschikt over een asbestinventarisatierapport voor het gedeelte van het bouwwerk waar wordt gesloopt, als hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zich in het bouwwerk asbest of een asbesthoudend product bevindt.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op:
werkzaamheden die worden verricht in of aan een bouwwerk of gedeelte daarvan dat na 1 januari 1994 is gebouwd;
het geheel of gedeeltelijk verwijderen van rem- en frictiematerialen;
het als een geheel verwijderen van verwarmingstoestellen;
het in de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk:
- 1°
verwijderen van waterleidingbuizen, gasleidingbuizen, rioolleidingbuizen, telecombuizen en mantelbuizen, voor zover deze deel uitmaken van een ondergronds openbaar water-, gas-, elektra-, riool- of telecomleidingnet;
- 2°
verwijderen van geklemde vloerplaten onder een verwarmingstoestel;
- 3°
verwijderen van beglazingskit die is verwerkt in de constructie van een kas; of
- 4°
verwijderen van pakkingen uit:
- i
een verbrandingsmotor;
- ii
een verwarmingstoestel met een nominaal vermogen dat lager is dan 2.250 kW; of
- iii
een procesinstallatie of onderdelen van een procesinstallatie, inclusief aan- en afvoerende leidingen; of
- i
- 5°
verwijderen van gas- en elektrotechnische componenten die aanwezig zijn in een distributiesysteem, bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, door of vanwege een distributiesysteembeheerder, bedoeld in artikel 1.1 van die wet; en
- 1°
het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, anders dan dakleien, of van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking, uit een woonfunctie of nevengebruiksfunctie daarvan, voor zover die woonfunctie of die nevengebruiksfunctie niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt of bedoeld is voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen, vloertegels of vloerbedekking in totaal ten hoogste 35 m2 bedraagt.
-
Degene die een handeling laat verrichten waarop het eerste lid van toepassing is, verstrekt, voordat de handeling wordt verricht, een afschrift van het asbestinventarisatierapport aan degene die de handeling verricht.
Besluit bouwwerken leefomgeving Actueel
Inhoud
§ 7.1.3
Artikel 7.10
-
Het is verboden een bouwwerk of gedeelte daarvan te slopen als daarbij asbest wordt verwijderd of de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m3 bedraagt, zonder dit ten minste vier weken voor het begin van de sloopwerkzaamheden te melden.
-
De in het eerste lid genoemde termijn is ten minste een week als:
de sloopwerkzaamheden in het kader van reparatie- of mutatieonderhoudswerkzaamheden worden verricht aan een asbesthoudende toepassing en handhaving van de termijn tot onnodige leegstand zou leiden of het gebruiksgenot van het bouwwerk ernstig zou belemmeren; of
de sloopwerkzaamheden bestaan uit het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, anders dan dakleien, of van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking, uit een woonfunctie of nevengebruiksfunctie daarvan, voor zover die woonfunctie of die nevengebruiksfunctie niet in het kader van een beroep of bedrijf wordt gebruikt of bedoeld is voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen, vloertegels of vloerbedekking in totaal ten hoogste 35 m2 bedraagt.
-
Als dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is, kan worden afgeweken van de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op het:
slopen van een seizoensgebonden bouwwerk;
slopen op grond van een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 3.6, of van een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom; en
slopen dat alleen bestaat uit het in de uitoefening van een beroep of bedrijf:
- 1°
geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbesthoudende waterleidingbuizen, gasleidingbuizen, rioolleidingbuizen, telecombuizen en mantelbuizen, voor zover deze deel uitmaken van een ondergronds openbaar water-, gas-, elektra-, riool- of telecomleidingnet;
- 2°
geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbesthoudende geklemde vloerplaten onder een verwarmingstoestel;
- 3°
als een geheel verwijderen van asbesthoudende verwarmingstoestellen;
- 4°
geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbesthoudende beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van een kas;
- 5°
geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbesthoudende rem- en frictiematerialen;
- 6°
geheel of gedeeltelijk verwijderen van asbesthoudende pakkingen uit:
- i
een verbrandingsmotor;
- ii
een verwarmingstoestel met een nominaal vermogen dat lager is dan 2.250 kW; of
- iii
een procesinstallatie of onderdelen van een procesinstallatie, inclusief aan- en afvoerende leidingen; en
- i
- 7°
geheel of gedeeltelijk verwijderen van gas- en elektrotechnische componenten die aanwezig zijn in een distributiesysteem, bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, door of vanwege een distributiesysteembeheerder, bedoeld in artikel 1.1 van die wet.
- 1°
-
Een sloopmelding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen.
Artikel 7.11
-
Een sloopmelding wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens en bescheiden:
de naam en het adres van de eigenaar van het te slopen bouwwerk en, voor zover van toepassing, van diegene die om een andere reden bevoegd is tot het slopen of laten slopen van het bouwwerk;
de naam en het adres van diegene die de sloopwerkzaamheden gaat verrichten, als de uitvoerder een ander persoon is dan bedoeld onder a;
de dagtekening;
het adres, de kadastrale aanduiding en aard van het te slopen bouwwerk of gedeelte daarvan;
de data, de tijdstippen en een beschrijving van de wijze waarop het verrichten van de sloopwerkzaamheden gaat plaatsvinden;
een globale inventarisatie van de aard en de hoeveelheid van de afvalstoffen die naar verwachting zullen vrijkomen bij de sloopwerkzaamheden en een opgave van de voorgenomen afvoerbestemming van die stoffen; en
als op grond van artikel 7.9 een asbestinventarisatierapport is vereist, het asbestinventarisatierapport of een afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling, bedoeld in artikel 7.22.
-
In afwijking van het eerste lid worden de gegevens, bedoeld in onderdeel b van dat lid, ten minste twee werkdagen voor het begin van de sloopwerkzaamheden verstrekt.
-
Als tijdens het slopen asbest wordt ontdekt dat niet is opgenomen in het asbestinventarisatierapport wordt het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 2.2, daarover onverwijld geïnformeerd.
-
Een sloopmelding die betrekking heeft op slopen waarbij asbest wordt verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in artikel 4.48 of 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit, wordt alleen langs elektronische weg gedaan.
Artikel 7.12
-
Ten minste twee werkdagen voor het begin van sloopwerkzaamheden wordt het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 2.2, daarover geïnformeerd.
-
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 2.2, wordt uiterlijk op de eerste werkdag na beëindiging van de sloopwerkzaamheden daarover geïnformeerd.
-
Het eerste en tweede lid zijn alleen van toepassing op het slopen van een bouwwerk waarvoor een sloopmelding nodig is.
Artikel 7.12a
-
Dit artikel is van toepassing als bij de sloopwerkzaamheden asbest is of wordt verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in artikel 4.48 of 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
-
In afwijking van artikel 7.12, eerste lid, wordt ten minste twee werkdagen voor het begin van de sloopwerkzaamheden de datum waarop wordt begonnen met de werkzaamheden in het LAVS ingevoerd.
-
In afwijking van het artikel 7.12, tweede lid, wordt uiterlijk de eerste werkdag na de beëindiging van de sloopwerkzaamheden de datum van beëindiging in het LAVS ingevoerd.
-
Degene die de eindbeoordeling, bedoeld in artikel 7.22, eerste lid, of de visuele inspectie, bedoeld artikel 7.22, tweede lid, heeft verricht, voert binnen twee weken nadat de eindbeoordeling of visuele inspectie is verricht, het eindresultaat daarvan in het LAVS in.
-
Binnen twee weken nadat de eindbeoordeling, bedoeld in artikel 7.22, eerste lid, of de visuele inspectie, bedoeld artikel 7.22, tweede lid, is verricht, wordt in het LAVS een bewijs ingevoerd van de afvoer van het asbestafval, onder opgave van het gewicht en van de afvoerbestemming van het asbestafval.
-
Het tweede tot en met vierde lid zijn alleen van toepassing op het slopen van een bouwwerk waarvoor een sloopmelding nodig is.
Artikel 7.13
Tijdens het slopen zijn, voor zover deze zijn opgesteld, de volgende gegevens en bescheiden of een afschrift daarvan op het sloopterrein aanwezig:
de sloopmelding en de daarbij behorende gegevens en bescheiden;
de risicomatrix, het sloopveiligheidsplan, en andere gegevens en bescheiden over de maatregelen om de veiligheid te waarborgen en de gezondheid te beschermen in de directe omgeving van de sloopwerkzaamheden;
als op grond van artikel 7.5 of 7.5a een veiligheidscoördinator directe omgeving als bedoeld in artikel 7.5b moet worden aangesteld: de naam en contactgegevens van die coördinator;
een afschrift van een maatwerkvoorschrift als bedoeld in de artikelen 3.7, 7.5 en 7.23;
een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom;
overige voor het slopen van belang zijnde gegevens en bescheiden; en
als op grond van artikel 7.9 een asbestinventarisatierapport is vereist, het asbestinventarisatierapport, of een afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling, bedoeld in artikel 7.22.
Artikel 7.14
-
Een maatwerkvoorschrift over deze paragraaf kan alleen inhouden dat degene die meldingplichtige sloopwerkzaamheden heeft verricht, wordt verplicht binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn na beëindiging van de werkzaamheden een opgave te doen van de aard en de hoeveelheid van de bij de sloopwerkzaamheden vrijgekomen afvalstoffen en van de afvoerbestemming van die stoffen.
-
Na een sloopmelding als bedoeld in artikel 7.10 kunnen alleen maatwerkvoorschriften worden gesteld als deze noodzakelijk zijn voor het voorkomen of beperken van hinder of van een onveilige situatie tijdens het verrichten van de sloopwerkzaamheden.