Omgevingswet

Inhoud

Artikel 13.3e

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. De rechthebbende ontvangt van de initiatiefnemer een redelijke gebruiksvergoeding voor zover die vergoeding niet is inbegrepen in de vergoeding van de schade, bedoeld in artikel 15.14, eerste lid:

    1. bij een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.14, tenzij de initiatiefnemer is:

      1. een transmissie- of distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet,

      2. een netbeheerder als bedoeld artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet, of

      3. de door de Minister voor Klimaat en Energie aangewezen beheerder van het landelijk transportnet voor waterstofgas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

    2. bij een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.21, tenzij de initiatiefnemer een bestuursorgaan is.

  2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de toepassing van het eerste lid, waaronder over de hoogte van de gebruiksvergoeding.

  3. Op een vordering tot gebruiksvergoeding is de civiele rechter bevoegd binnen wiens rechtsgebied de onroerende zaak geheel of in hoofdzaak is gelegen.

  4. Artikel 10.1 is van overeenkomstige toepassing op dit artikel.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 18-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2026.

Tekst van deze versie

  1. De rechthebbende ontvangt van de initiatiefnemer een redelijke gebruiksvergoeding voor zover die vergoeding niet is inbegrepen in de vergoeding van de schade, bedoeld in artikel 15.14, eerste lid:

    1. bij een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.14, tenzij de initiatiefnemer is:

      1. een transmissie- of distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet,

      2. een netbeheerder als bedoeld artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet, of

      3. de door de Minister voor Klimaat en Energie aangewezen beheerder van het landelijk transportnet voor waterstofgas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

    2. bij een gedoogplicht als bedoeld in artikel 10.21, tenzij de initiatiefnemer een bestuursorgaan is.

  2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de toepassing van het eerste lid, waaronder over de hoogte van de gebruiksvergoeding.

  3. Op een vordering tot gebruiksvergoeding is de civiele rechter bevoegd binnen wiens rechtsgebied de onroerende zaak geheel of in hoofdzaak is gelegen.

  4. Artikel 10.1 is van overeenkomstige toepassing op dit artikel.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Omgevingswet