-
Voor het uitvoeren van een project en het in werking hebben of in stand houden daarvan kan een projectbesluit worden vastgesteld. Een projectbesluit wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur van het waterschap of gedeputeerde staten of door Onze Minister die het aangaat, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
-
Overeenstemming als bedoeld in het eerste lid is niet vereist voor een besluit tot uitwerking van een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.54 en voor een besluit tot wijziging van een projectbesluit. Bij regeling van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat, kunnen categorieën projecten worden aangewezen waarvoor geen overeenstemming is vereist voor de vaststelling van een projectbesluit. Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat, kan daarnaast ook in andere gevallen bepalen dat geen overeenstemming is vereist voor het vaststellen van een projectbesluit.
-
Bij het vaststellen van een projectbesluit door gedeputeerde staten of Onze Minister die het aangaat, worden de grenzen van artikel 2.3 in acht genomen.
-
Het dagelijks bestuur van het waterschap kan een projectbesluit alleen vaststellen met het oog op de taken, bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder a.
Omgevingswet Actueel
Inhoud
§ 5.2.1
Artikel 5.44a
-
Gedeputeerde staten van de provincie waar het project in hoofdzaak wordt uitgevoerd, zijn bevoegd om het projectbesluit vast te stellen.
-
Het dagelijks bestuur van het waterschap waar het project in hoofdzaak wordt uitgevoerd, is bevoegd om het projectbesluit vast te stellen.
-
Als gedeputeerde staten van een of meer provincies en het dagelijks bestuur van een of meer waterschappen gezamenlijk een project willen uitvoeren, zijn gedeputeerde staten van de provincie waar het project geheel of in hoofdzaak wordt uitgevoerd bevoegd om het projectbesluit vast te stellen.
-
Als Onze Minister die het aangaat, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, en gedeputeerde staten van een of meer provincies of het dagelijks bestuur van een of meer waterschappen gezamenlijk een project willen uitvoeren, is Onze Minister die het aangaat, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, bevoegd om het projectbesluit vast te stellen.
Artikel 5.44b
-
Onze Minister die het aangaat, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, kan de bevoegdheid om een projectbesluit vast te stellen overdragen aan gedeputeerde staten van de provincie waar het project geheel of in hoofdzaak wordt uitgevoerd, als deze daarmee instemmen.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid.
Artikel 5.45
-
Het bevoegd gezag voor het projectbesluit kan bepalen dat artikel 16.7 van toepassing is op de coördinatie van de besluiten ter uitvoering van het projectbesluit.
-
Artikel 16.7 is van toepassing op de coördinatie van besluiten ter uitvoering van projectbesluiten als bedoeld in artikel 5.46.
-
Als het coördinerend bestuursorgaan treedt het bevoegd gezag voor het projectbesluit op.
-
In afwijking van het derde lid treden als het coördinerend bestuursorgaan op:
gedeputeerde staten: als het dagelijks bestuur van het waterschap bevoegd is om het projectbesluit vast te stellen,
Onze Minister die het aangaat: als hij op grond van artikel 5.44, eerste lid, of op grond van artikel 5.44a, vierde lid, bevoegd is om het projectbesluit in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening vast te stellen.
Artikel 5.45a
-
Als gedeputeerde staten als het coördinerend bestuursorgaan voor de besluiten ter uitvoering van een projectbesluit optreden, kunnen zij in plaats van het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan voorzien in het nemen van een besluit, als dat bestuursorgaan geen bestuursorgaan van het Rijk is en:
dat bestuursorgaan een besluit niet of niet tijdig heeft genomen, of
het besluit van dat bestuursorgaan de uitvoering van het projectbesluit belemmert.
-
Als Onze Minister die het aangaat als het coördinerend bestuursorgaan voor de besluiten ter uitvoering van een projectbesluit optreedt, kan hij in plaats van het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan voorzien in het nemen van een besluit, als:
dat bestuursorgaan een besluit niet of niet tijdig heeft genomen, of
het besluit van dat bestuursorgaan de uitvoering van het projectbesluit belemmert.
-
Bij de toepassing van het eerste of tweede lid treedt het besluit van het coördinerend bestuursorgaan in de plaats van het besluit dat het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan had moeten nemen of heeft genomen.
-
Als het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een besluit waarvoor toepassing is gegeven aan het eerste of tweede lid rechten heeft geheven, stort dat bestuursorgaan de ontvangen rechten in de kas van de provincie waartoe het coördinerend bestuursorgaan behoort respectievelijk in de kas van het Rijk.
Artikel 5.46
-
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, stelt voor werken met een nationaal belang in ieder geval een projectbesluit vast voor de volgende projecten:
de aanleg van een autoweg of autosnelweg, spoorweg of vaarweg,
een wijziging van een autoweg of autosnelweg, die bestaat uit:
- 1°
de ombouw van een weg tot autosnelweg, of
- 2°
de uitbreiding van een weg met een of meer rijstroken, als het uit te breiden weggedeelte twee knooppunten of aansluitingen met elkaar verbindt,
- 1°
een wijziging van een spoorweg die bestaat uit:
- 1°
een uitbreiding van die spoorweg met een of meer sporen, als het uit te breiden spoorweggedeelte twee aansluitingen met elkaar verbindt,
- 2°
de aanleg van spoorwegbouwkundige bouwwerken,
- 3°
de aanleg van een verbindingsboog, of
- 4°
een geheel van onderling samenhangende maatregelen voor die spoorweg,
- 1°
het opnieuw in gebruik nemen van een al aangelegde spoorweg van vijf kilometer of meer,
een wijziging van een vaarweg die bestaat uit een vergroting of verdieping waardoor het ruimteoppervlak van de vaarweg met ten minste twintig procent toeneemt of de vaarweg blijvend wordt verdiept waarbij meer dan vijf miljoen kubieke meter grond wordt verzet,
de aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen die in beheer zijn bij het Rijk.
-
Het dagelijks bestuur van het waterschap stelt in ieder geval een projectbesluit vast voor de aanleg, verlegging of versterking van primaire waterkeringen die niet onder het eerste lid, aanhef en onder f, vallen.