Wetboek van Strafrecht

Inhoud

Artikel 15e

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2016.
  1. Bij de vordering, bedoeld in artikel 15d, vierde lid, zendt het openbaar ministerie de daarop betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toe. De voorzitter van de rechtbank bepaalt daarop onverwijld een dag voor het onderzoek van de zaak, tenzij hij vaststelt dat het openbaar ministerie in zijn vordering niet kan worden ontvangen.

  2. Hangende de beslissing van de rechtbank wordt de veroordeelde niet voorwaardelijk in vrijheid gesteld.

  3. Indien niet blijkt dat de veroordeelde een raadsman heeft, geeft de voorzitter op verzoek van de veroordeelde aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot toevoeging van een raadsman. De veroordeelde en zijn raadsman kunnen voor de aanvang van het onderzoek van de stukken kennis nemen. Artikel 32 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

  4. Zowel het openbaar ministerie als de veroordeelde is bevoegd getuigen en deskundigen te doen dagvaarden of schriftelijk te doen oproepen om bij het onderzoek tegenwoordig te zijn. De artikelen 260 en 263 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

  5. De zaak kan worden behandeld en beslist door een enkelvoudige kamer van de rechtbank. Het onderzoek van de zaak vindt plaats ter openbare terechtzitting. De veroordeelde wordt in de gelegenheid gesteld bij de behandeling van zijn zaak tegenwoordig te zijn en zich door een raadsman te doen bijstaan. Het openbaar ministerie is bij het onderzoek aanwezig en wordt ter zake gehoord. Gedurende het onderzoek kan het openbaar ministerie zijn ingediende vordering wijzigen.

  6. De artikelen 268, tweede en derde lid, 269 tot en met 277, 278, tweede lid, 279, 281, 284, eerste lid, 286, 287, tweede en derde lid, 288 tot en met 311, 315, 316, 318, 319, 320, eerste en tweede lid, 321, 322, 324, 326 tot en met 331, 345, eerste en derde lid, en 346 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

  7. De in het zesde lid genoemde artikelen vinden geen toepassing voorzover deze betrekking hebben op een getuige wiens identiteit niet of slechts ten dele blijkt.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 26-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-04-2019 Historisch 01-03-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 16-10-2018 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2016 Historisch 20-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 17-11-2015 Historisch 01-08-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 01-05-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 15-02-2014 Historisch 20-01-2014 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 15-11-2013 Historisch 01-09-2013 Historisch 20-08-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-11-2012 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 09-05-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 03-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-03-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-09-2010 Historisch 07-07-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2013.

Tekst van deze versie

  1. Bij de vordering, bedoeld in artikel 15d, vierde lid, zendt het openbaar ministerie de daarop betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toe. De voorzitter van de rechtbank bepaalt daarop onverwijld een dag voor het onderzoek van de zaak, tenzij hij vaststelt dat het openbaar ministerie in zijn vordering niet kan worden ontvangen.

  2. Hangende de beslissing van de rechtbank wordt de veroordeelde niet voorwaardelijk in vrijheid gesteld.

  3. Indien niet blijkt dat de veroordeelde een raadsman heeft, geeft de voorzitter op verzoek van de veroordeelde aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot toevoeging van een raadsman. De veroordeelde en zijn raadsman kunnen voor de aanvang van het onderzoek van de stukken kennis nemen. Artikel 32 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

  4. Zowel het openbaar ministerie als de veroordeelde is bevoegd getuigen en deskundigen te doen dagvaarden of schriftelijk te doen oproepen om bij het onderzoek tegenwoordig te zijn. De artikelen 260 en 263 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

  5. De zaak kan worden behandeld en beslist door een enkelvoudige kamer van de rechtbank. Het onderzoek van de zaak vindt plaats ter openbare terechtzitting. De veroordeelde wordt in de gelegenheid gesteld bij de behandeling van zijn zaak tegenwoordig te zijn en zich door een raadsman te doen bijstaan. Het openbaar ministerie is bij het onderzoek aanwezig en wordt ter zake gehoord. Gedurende het onderzoek kan het openbaar ministerie zijn ingediende vordering wijzigen.

  6. De artikelen 268, tweede en derde lid, 269 tot en met 277, 278, tweede lid, 279, 281, 284, eerste lid, 286, 287, tweede en derde lid, 288 tot en met 311, 315, 316, 318, 319, 320, eerste en tweede lid, 321, 322, 324, 326 tot en met 331, 345, eerste en derde lid, en 346 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

  7. De in het zesde lid genoemde artikelen vinden geen toepassing voorzover deze betrekking hebben op een getuige wiens identiteit niet of slechts ten dele blijkt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht