Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toeëigent, wordt, als schuldig aan verduistering, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Inhoud
Artikel 321 (Verduistering)
Tekst van deze versie
Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toeëigent, wordt, als schuldig aan verduistering, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Verduistering betekent dat iemand opzettelijk iets wat van een ander is, maar wat hij tijdelijk onder zich heeft zonder dat hij het door een misdrijf heeft verkregen, voor zichzelf houdt. Het gaat hier om goederen die niet van hem zijn, maar die hij wel in bezit heeft, bijvoorbeeld omdat iemand hem iets heeft toevertrouwd.
Belangrijk is dat de persoon opzettelijk handelt, dus bewust en met het doel om het goed voor zichzelf te houden. Ook moet het wederrechtelijk gebeuren, wat betekent dat hij geen recht heeft om het goed toe te eigenen.
Als iemand zich schuldig maakt aan verduistering, kan dit ernstiger zijn als er bijvoorbeeld sprake is van een groot bedrag, of als het gaat om een beroep of bedrijf waarbij het goed is toevertrouwd. Dit zijn kwalificerende omstandigheden die de zaak zwaarder kunnen maken.