-
Hij aan wiens schuld de dood van een ander te wijten is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
-
Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
Inhoud
Artikel 307 (Dood door schuld)
Tekst van deze versie
-
Hij aan wiens schuld de dood van een ander te wijten is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
-
Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
Dit artikel gaat over situaties waarin iemand door zijn schuld de dood van een ander veroorzaakt. Het richt zich op gevallen waarin er geen sprake is van opzet, maar wel van schuld, zoals onvoorzichtigheid of nalatigheid.
Belangrijkste punten:
- Schuld: Dit betekent dat iemand door zijn gedrag verantwoordelijk is voor de dood van een ander, zonder dat hij dat expres wilde (dus geen opzet).
- Roekeloosheid: Als iemand heel onvoorzichtig of zonder voldoende aandacht handelt, spreekt men van roekeloosheid. Dit is een zwaardere vorm van schuld.
- Wederrechtelijkheid: De daad moet onrechtmatig zijn, dus niet gerechtvaardigd door bijvoorbeeld noodweer.
Met andere woorden: als iemand door zijn schuld (bijvoorbeeld door niet goed op te letten) de dood van een ander veroorzaakt, is hij strafbaar. Als die schuld roekeloosheid is, wordt dat als ernstiger gezien.