Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijfentwintig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Inhoud
Artikel 287 (Doodslag)
Tekst van deze versie
Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijfentwintig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Doodslag betekent dat iemand opzettelijk een ander van het leven berooft. Dit houdt in dat de dader bewust en met het oogmerk handelt om het leven van een ander te beëindigen.
Belangrijk is dat het gaat om opzettelijk handelen, wat betekent dat het niet per ongeluk gebeurt, maar met bewuste bedoeling. Daarnaast moet het handelen wederrechtelijk zijn, wat inhoudt dat er geen rechtvaardigingsgrond is, zoals bijvoorbeeld noodweer.
Doodslag is een ernstig delict en wordt gezien als het opzettelijk doden van een ander zonder dat er sprake is van moord (waarbij bijvoorbeeld voorbedachte rade een rol speelt).
Kwalificerende omstandigheden kunnen bijvoorbeeld zijn als het slachtoffer een bijzondere bescherming geniet of als het delict op een bijzondere manier is gepleegd, maar die staan hier niet genoemd.