Wetboek van Strafrecht

Inhoud

Artikel 426ter (Belemmeren hulpverlener)

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.

Hij die wederrechtelijk een hulpverlener gedurende de uitoefening van zijn beroep in zijn vrijheid van beweging belemmert of met een of meer anderen zich aan hem tegen zijn uitdrukkelijk verklaarde wil blijft opdringen of hem op hinderlijke wijze blijft volgen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 26-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

Hij die wederrechtelijk een hulpverlener gedurende de uitoefening van zijn beroep in zijn vrijheid van beweging belemmert of met een of meer anderen zich aan hem tegen zijn uitdrukkelijk verklaarde wil blijft opdringen of hem op hinderlijke wijze blijft volgen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.

Dit artikel gaat over het strafbaar stellen van het opzettelijk belemmeren van een hulpverlener tijdens zijn werk. Hulpverleners zijn bijvoorbeeld politieagenten, ambulancepersoneel of brandweerlieden die hun beroep uitoefenen.

De normatieve bestanddelen zijn dat iemand wederrechtelijk en opzettelijk de vrijheid van beweging van een hulpverlener belemmert. Dit betekent dat het niet is toegestaan om zonder goede reden een hulpverlener tegen te houden of te verhinderen om te gaan waar hij wil.

Daarnaast is het strafbaar als iemand, samen met anderen, zich tegen de uitdrukkelijke wil van de hulpverlener blijft opdringen of hem hinderlijk blijft volgen. Dit betekent dat als een hulpverlener duidelijk zegt dat hij niet gevolgd of lastiggevallen wil worden, dit toch gebeurt, dit artikel van toepassing is.

Kwalificerende omstandigheden zijn dus:

  • De belemmering moet wederrechtelijk zijn, dus zonder rechtvaardiging.
  • De hulpverlener moet tijdens de uitoefening van zijn beroep zijn.
  • Er moet sprake zijn van opzettelijk handelen.
  • Het opdringen of volgen moet tegen de uitdrukkelijke wil van de hulpverlener zijn.

Dit artikel beschermt dus hulpverleners tegen hinderlijk gedrag dat hun werk belemmert of hun vrijheid beperkt.

De samenvatting is een samengevatte en vereenvoudigde tekst. Die kan fouten bevatten. Je kan via de functies in de social-sectie reageren als dit niet goed of volledig is. Dan passen we dat aan.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht