-
In afwijking van artikel 15, eerste en tweede lid, kan Onze Minister van Justitie bepalen dat voor een bepaalde periode en voor bepaalde categorieën gedetineerden de voorwaardelijke invrijheidstelling op een eerder tijdstip kan plaatsvinden in verband met een tekort aan plaatsen voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen in penitentiaire inrichtingen.
-
Indien Onze Minister van Justitie toepassing geeft aan het eerste lid, wordt daarvan mededeling gedaan in de Staatscourant. Van de plaatsing in de Staatscourant wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
-
Indien Onze Minister van Justitie toepassing geeft aan het eerste lid, wordt het tijdstip van voorwaardelijke invrijheidstelling met niet meer dan drie maanden vervroegd.
-
De periode, bedoeld in het eerste lid, is niet langer dan zes maanden. De toepassing van het eerste lid kan door Onze Minister van Justitie te allen tijde worden beëindigd. Indien Onze Minister van Justitie voortzetting van de toepassing van het eerste lid noodzakelijk acht, kan de periode worden verlengd met zes maanden. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
Inhoud
Artikel 15l
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-07-2008.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2008.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
15-05-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-10-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-09-2023
Historisch
01-07-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-03-2022
Historisch
26-01-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-05-2021
Historisch
25-07-2020
Historisch
01-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
01-04-2019
Historisch
01-03-2019
Historisch
01-01-2019
Historisch
16-10-2018
Historisch
19-09-2018
Historisch
01-07-2018
Historisch
01-05-2018
Historisch
01-01-2018
Historisch
01-09-2017
Historisch
01-03-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
01-07-2016
Historisch
20-04-2016
Historisch
01-01-2016
Historisch
17-11-2015
Historisch
01-08-2015
Historisch
01-07-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-07-2014
Historisch
01-05-2014
Historisch
01-04-2014
Historisch
01-03-2014
Historisch
15-02-2014
Historisch
20-01-2014
Historisch
06-01-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
15-11-2013
Historisch
01-09-2013
Historisch
20-08-2013
Historisch
01-07-2013
Historisch
01-04-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
01-11-2012
Historisch
01-10-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
09-05-2012
Historisch
01-04-2012
Historisch
03-01-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
31-12-2011
Historisch
02-07-2011
Historisch
01-07-2011
Historisch
01-03-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
10-10-2010
Historisch
01-10-2010
Historisch
01-09-2010
Historisch
07-07-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-04-2010
Historisch
01-01-2010
Historisch
01-07-2009
Historisch
01-04-2009
Historisch
01-09-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
09-05-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
01-02-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2008
Tekst van deze versie
- DitIn onderdeelafwijking isvan nogartikel niet15, inwerkingeerste getredenen tweede lid, kan Onze Minister van Justitie bepalen dat voor een bepaalde periode en voor bepaalde categorieën gedetineerden de voorwaardelijke invrijheidstelling op een eerder tijdstip kan plaatsvinden in verband met een tekort aan plaatsen voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen in penitentiaire inrichtingen.
- Indien Onze Minister van Justitie toepassing geeft aan het eerste lid, wordt daarvan mededeling gedaan in de Staatscourant. Van de plaatsing in de Staatscourant wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
- Indien Onze Minister van Justitie toepassing geeft aan het eerste lid, wordt het tijdstip van voorwaardelijke invrijheidstelling met niet meer dan drie maanden vervroegd.
- De periode, bedoeld in het eerste lid, is niet langer dan zes maanden. De toepassing van het eerste lid kan door Onze Minister van Justitie te allen tijde worden beëindigd. Indien Onze Minister van Justitie voortzetting van de toepassing van het eerste lid noodzakelijk acht, kan de periode worden verlengd met zes maanden. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.