-
Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt als schuldig aan valsheid in geschrift gestraft, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik.
Inhoud
Artikel 225 (Valsheid in geschrifte)
Tekst van deze versie
-
Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt als schuldig aan valsheid in geschrift gestraft, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik.
Dit artikel gaat over valsheid in geschrifte. Het verbiedt het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift dat bedoeld is om als bewijs te dienen, zoals een contract, verklaring, diploma, factuur of ander document.
Daarvoor moet wel sprake zijn van het oogmerk: het document moet worden gemaakt of aangepast met het doel om het als echt en onvervalst te gebruiken, of om anderen het te laten gebruiken.
Ook strafbaar is het opzettelijk gebruiken van zo’n vals of vervalst geschrift alsof het echt is. Daarnaast is strafbaar wie zo’n document opzettelijk aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het voor dat gebruik bestemd is.
Belangrijke punten:
- het moet gaan om een geschrift dat bestemd is als bewijs;
- het handelen moet opzettelijk zijn;
- bij het maken of vervalsen is een oogmerk vereist;
- bij het afgeven of hebben van het document geldt dat iemand weet of had moeten vermoeden waarvoor het bedoeld is;
- als dit gebeurt om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of makkelijker te maken, geldt een zwaardere straf.
Kort gezegd: wie bewust met een vals bewijsstuk werkt, of zo’n stuk maakt, gebruikt of verspreidt, kan voor valsheid in geschrift worden vervolgd.