-
Hij die tot een geldboete is veroordeeld is verplicht tot betaling van het bij de rechterlijke uitspraak vastgestelde bedrag aan de staat binnen de termijn door het openbaar ministerie dat met de tenuitvoerlegging van het vonnis of arrest is belast, te stellen.
-
Het bedrag van de geldboete is ten minste € 3.
-
De geldboete die voor een strafbaar feit ten hoogste kan worden opgelegd, is gelijk aan het bedrag van de categorie die voor dat feit is bepaald.
-
Er zijn zes categorieën:
de eerste categorie, € 335;
de tweede categorie, € 3 350;
de derde categorie, € 6 700;
de vierde categorie, € 16 750;
de vijfde categorie, € 67 000;
de zesde categorie, € 670 000.
-
Voor een overtreding, onderscheidenlijk een misdrijf, waarop geen geldboete is gesteld, kan de rechter een geldboete opleggen tot ten hoogste het bedrag van de eerste, onderscheidenlijk de derde categorie.
-
Voor een overtreding, onderscheidenlijk een misdrijf, waarop een geldboete is gesteld, maar waarvoor geen boetecategorie is bepaald, kan de rechter een geldboete opleggen tot ten hoogste het bedrag van de eerste, onderscheidenlijk de derde categorie, indien dit bedrag hoger is dan het bedrag van de op het betrokken strafbare feit gestelde geldboete.
-
Bij veroordeling van een rechtspersoon kan, indien de voor het feit bepaalde boetecategorie geen passende bestraffing toelaat, een geldboete worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag van de naast hogere categorie.
-
Het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing bij veroordeling van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, maatschap of doelvermogen.
-
De in het vierde lid genoemde bedragen worden elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij algemene maatregel van bestuur aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van deze bedragen. Bij deze aanpassing wordt het geldbedrag van de eerste categorie op een veelvoud van € 5 naar beneden afgerond en worden, uitgaande van het geldbedrag van deze eerste categorie en onder instandhouding van de onderlinge verhouding tussen de bedragen van de geldboetecategorieën, de bedragen van de tweede tot en met de zesde geldboetecategorie bepaald.
Inhoud
Artikel 23
Tekst van deze versie
-
Hij die tot een geldboete is veroordeeld is verplicht tot betaling van het bij de rechterlijke uitspraak vastgestelde bedrag aan de staat binnen de termijn door het openbaar ministerie dat met de tenuitvoerlegging van het vonnis of arrest is belast, te stellen.
-
Het bedrag van de geldboete is ten minste € 3.
-
De geldboete die voor een strafbaar feit ten hoogste kan worden opgelegd, is gelijk aan het bedrag van de categorie die voor dat feit is bepaald.
-
Er zijn zes categorieën:
de eerste categorie, € 335;
de tweede categorie, € 3 350;
de derde categorie, € 6 700;
de vierde categorie, € 16 750;
de vijfde categorie, € 67 000;
de zesde categorie, € 670 000.
-
Voor een overtreding, onderscheidenlijk een misdrijf, waarop geen geldboete is gesteld, kan de rechter een geldboete opleggen tot ten hoogste het bedrag van de eerste, onderscheidenlijk de derde categorie.
-
Voor een overtreding, onderscheidenlijk een misdrijf, waarop een geldboete is gesteld, maar waarvoor geen boetecategorie is bepaald, kan de rechter een geldboete opleggen tot ten hoogste het bedrag van de eerste, onderscheidenlijk de derde categorie, indien dit bedrag hoger is dan het bedrag van de op het betrokken strafbare feit gestelde geldboete.
-
Bij veroordeling van een rechtspersoon kan, indien de voor het feit bepaalde boetecategorie geen passende bestraffing toelaat, een geldboete worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag van de naast hogere categorie.
-
Het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing bij veroordeling van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, maatschap of doelvermogen.
-
De in het vierde lid genoemde bedragen worden elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij algemene maatregel van bestuur aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van deze bedragen. Bij deze aanpassing wordt het geldbedrag van de eerste categorie op een veelvoud van € 5 naar beneden afgerond en worden, uitgaande van het geldbedrag van deze eerste categorie en onder instandhouding van de onderlinge verhouding tussen de bedragen van de geldboetecategorieën, de bedragen van de tweede tot en met de zesde geldboetecategorie bepaald.
Dit artikel gaat over de geldboete als straf in het strafrecht. Als iemand door de rechter tot een geldboete is veroordeeld, moet dat bedrag binnen de door de minister vastgestelde termijn aan de staat worden betaald.
De wet werkt met boetecategorieën. Voor elk strafbaar feit staat meestal in de wet welke categorie daarbij hoort. Die categorie bepaalt hoe hoog de geldboete maximaal kan zijn. Er zijn zes categorieën, met oplopende bedragen.
Staat er bij een feit geen geldboete genoemd, dan kan de rechter toch een geldboete opleggen tot het bedrag van de eerste categorie bij een overtreding, of de derde categorie bij een misdrijf.
Staat er wel een geldboete bij het feit, maar is er geen boetecategorie genoemd, dan kan de rechter in sommige gevallen alsnog uitgaan van de eerste of derde categorie, als dat bedrag hoger is dan de boete die bij dat feit zelf staat.
Bij een rechtspersoon zoals een BV of stichting kan de rechter soms een hogere boete opleggen als de gewone categorie niet passend is. Dat geldt ook voor een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, een maatschap, een rederij of een doelvermogen. In bijzondere gevallen kan bij de hoogste categorie zelfs worden gekeken naar een percentage van de jaaromzet.
De bedragen worden bovendien regelmatig aangepast aan de inflatie. Daardoor kunnen de genoemde bedragen in de wet in de loop van de tijd veranderen.