-
Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
-
Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen, of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
-
Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.
Inhoud
Artikel 261 (Smaad)
Tekst van deze versie
-
Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
-
Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen, of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
-
Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.
Dit artikel gaat over smaad en smaadschrift. Het richt zich op situaties waarin iemand opzettelijk de eer of goede naam van een ander aantast door een bepaald feit te beschuldigen. Belangrijk is dat dit gebeurt met het duidelijke doel om die beschuldiging bekend te maken aan anderen.
Smaad betekent dat iemand iemand anders beschuldigt van iets slechts, zonder dat dit waar hoeft te zijn, en dat die beschuldiging bedoeld is om die persoon te beschadigen. Als dit gebeurt via bijvoorbeeld brieven, afbeeldingen of openbare voordrachten, noemen we dat smaadschrift.
Er zijn ook situaties waarin smaad niet strafbaar is. Bijvoorbeeld als iemand zich verdedigt tegen een onrechtmatige aanval, of als diegene te goeder trouw dacht dat de beschuldiging waar was en dat het in het algemeen belang was om dit te melden.
Samengevat gaat het erom dat iemand bewust en met het doel om schade te veroorzaken, een ander beschuldigt van iets slechts, en dat dit soms via openbare middelen gebeurt. Er zijn echter ook uitzonderingen wanneer dit niet strafbaar is.