-
Hij die opzettelijk tegen een bepaald persoon bij de overheid een valse klacht of aangifte schriftelijk inlevert of in schrift doet brengen, waardoor de eer of goede naam van die persoon wordt aangerand, wordt, als schuldig aan lasterlijke aanklacht, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
-
Ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1° en 2°, vermelde rechten kan worden uitgesproken.
Inhoud
Artikel 268 (Lasterlijke aanklacht)
Tekst van deze versie
-
Hij die opzettelijk tegen een bepaald persoon bij de overheid een valse klacht of aangifte schriftelijk inlevert of in schrift doet brengen, waardoor de eer of goede naam van die persoon wordt aangerand, wordt, als schuldig aan lasterlijke aanklacht, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
-
Ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1° en 2°, vermelde rechten kan worden uitgesproken.
Dit artikel gaat over lasterlijke aanklacht. Daarvan is sprake als iemand opzettelijk bij de overheid een valse klacht of aangifte indient, of laat indienen, tegen een bepaald persoon.
Het moet gaan om een klacht of aangifte die schriftelijk wordt gedaan. De inhoud moet bovendien zo zijn dat daardoor de eer of goede naam van die persoon wordt aangetast. Het gaat dus niet alleen om een onjuiste melding, maar om een melding die iemands reputatie schaadt.
Belangrijk is dat de dader weet dat de klacht of aangifte vals is en die toch bewust indient. Het gaat dus om opzet.
Een voorbeeld: iemand doet bij de politie of een andere overheidsinstantie expres een verzonnen aangifte tegen een buurman, terwijl hij weet dat die buurman niets heeft gedaan, en daarmee probeert diens naam te beschadigen.
Dit artikel beschermt dus mensen tegen het misbruiken van het strafrecht of andere overheidsinstanties om iemand valselijk in een kwaad daglicht te zetten.
Nog geen automatische verwijzingen.