Hij aan wiens schuld te wijten is dat een ander zwaar lichamelijk letsel bekomt of zodanig lichamelijk letsel waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van zijn ambts- of beroepsbezigheden ontstaat, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
Inhoud
Artikel 308
Tekst van deze versie
Hij aan wiens schuld te wijten is dat een ander zwaar lichamelijk letsel bekomt of zodanig lichamelijk letsel waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van zijn ambts- of beroepsbezigheden ontstaat, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
Dit artikel gaat over situaties waarin iemand door zijn schuld een ander ernstig lichamelijk letsel toebrengt. Schuld betekent hier dat iemand niet voorzichtig genoeg was, bijvoorbeeld door onoplettendheid of nalatigheid.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee vormen van schuld:
- Gewone schuld: iemand veroorzaakt opzettelijk of door onvoorzichtigheid zwaar lichamelijk letsel of letsel waardoor het slachtoffer tijdelijk niet kan werken of zijn beroep kan uitoefenen.
- Roekeloosheid: dit is een zwaardere vorm van schuld waarbij iemand bewust een groot risico neemt dat er letsel ontstaat.
Belangrijk is dat het letsel zwaar lichamelijk letsel moet zijn, of letsel dat leidt tot tijdelijke ziekte of verhindering in het werk of ambt van het slachtoffer.
De normatieve bestanddelen zijn dus: schuld (opzettelijk of door roekeloosheid), wederrechtelijkheid (het letsel is niet toegestaan), en het oogmerk speelt hier geen rol, want het gaat om schuld, niet om opzet.
De straf is hoger als er sprake is van roekeloosheid, omdat dat een ernstiger verwijtbare gedraging is.