Verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking of van zijn beroep, of tegen geldelijke vergoeding onder zich heeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Inhoud
Artikel 322 (Verduistering in dienstbetrekking)
Tekst van deze versie
Verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking of van zijn beroep, of tegen geldelijke vergoeding onder zich heeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Verduistering betekent dat iemand opzettelijk iets wat hem tijdelijk is toevertrouwd, zonder toestemming houdt of gebruikt voor zichzelf, terwijl hij dat niet mag doen.
In dit artikel gaat het specifiek om verduistering door iemand die een goed onder zich heeft gekregen vanwege zijn werk, beroep of omdat hij daarvoor betaald krijgt. Dit betekent dat de persoon het goed niet zomaar heeft, maar omdat hij een bepaalde functie of taak heeft.
Belangrijk is dat het gaat om opzettelijk handelen: de persoon moet bewust en met het doel het goed te houden of te gebruiken zonder toestemming hebben gehandeld. Ook moet het handelen wederrechtelijk zijn, dus tegen de regels of zonder rechtmatige toestemming.
Deze situatie wordt als ernstiger gezien dan gewone verduistering, omdat er sprake is van misbruik van vertrouwen dat hoort bij een dienstbetrekking of beroep.