-
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Indien het feit wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.
Inhoud
Artikel 326 (Oplichting)
Tekst van deze versie
-
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
-
Indien het feit wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.
Wat houdt oplichting in?
Dit artikel gaat over oplichting. Oplichting betekent dat iemand opzettelijk (oogmerk) iemand anders misleidt om er zelf of een ander beter van te worden, terwijl dat niet mag (wederrechtelijk). Dit kan op verschillende manieren gebeuren, bijvoorbeeld door een valse naam te gebruiken, een verkeerde rol aan te nemen, slimme trucs toe te passen of door een ingewikkeld verhaal te verzinnen.
Belangrijke onderdelen:
- Opzettelijk handelen: De dader moet bewust en met een bepaald doel handelen.
- Wederrechtelijk bevoordelen: Het doel is om zichzelf of iemand anders op een onrechtmatige manier voordeel te geven.
- Misleiding: Door bijvoorbeeld een valse naam, een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen of een samenweefsel van verzinsels iemand overhalen iets te doen.
- Gevolg: De ander wordt bewogen tot het afgeven van spullen, het verlenen van een dienst, het delen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een schuld.
Schurend met civielrecht
Er is pas sprake van een strafbaar feit als alle bestanddelen zijn ingevuld. Dat geldt voor alle artikelen en dus ook hier. Dat betekent dus ook dat de opzet bewezen moet worden. Een bepaald goed niet leveren, niet binnen de afgesproken termijn of niet van de afgesproken kwaliteit maakt het nog geen oplichting, al denken mensen dat wel vaak. Het openbaar ministerie (via de politie) zal het oogmerk moeten bewijzen, dat kan bijvoorbeeld aan de hand van dat er veel meer aangiftes zijn gedaan, of men de identiteit heeft geprobeerd te verhullen, had de verkoper (indien van toepassing) het "goed" uberhaupt? Een civiele rechter zou zich wel uit kunnen laten over, bijvoorbeeld een "toerekenbare tekortkoming in de nakoming", wat ook wel een "wanprestatie" wordt genoemd. Dit is geregeld in art 6:74 BW.
Kwalificerende omstandigheid:
Als de oplichting wordt gepleegd met het doel om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of makkelijker te maken, wordt het strafbare feit zwaarder beoordeeld.