Wetboek van Strafrecht

Inhoud

Artikel 36e

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2016.
  1. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

  2. De verplichting kan worden opgelegd aan de in het eerste lid bedoelde persoon die voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het daar bedoelde feit of andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.

  3. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie, de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, indien aannemelijk is dat of dat misdrijf of andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. In dat geval kan ook worden vermoed dat:

    1. uitgaven die de veroordeelde heeft gedaan in een periode van zes jaren voorafgaand aan het plegen van dat misdrijf, wederrechtelijk verkregen voordeel belichamen, tenzij aannemelijk is dat deze uitgaven zijn gedaan uit een legale bron van inkomsten, of;

    2. voorwerpen die in een periode van zes jaren voorafgaand aan het plegen van dat misdrijf aan de veroordeelde zijn gaan toebehoren voordeel belichamen als bedoeld in het eerste lid, tenzij aannemelijk is dat aan de verkrijging van die voorwerpen een legale bron van herkomst ten grondslag ligt.

  4. De rechter kan ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op het verzoek van de veroordeelde afwijken van de in het derde lid genoemde periode van zes jaren en een kortere periode in aanmerking nemen.

  5. De rechter stelt het bedrag vast waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat. Onder voordeel is de besparing van kosten begrepen. De waarde van voorwerpen die door de rechter tot het wederrechtelijk verkregen voordeel worden gerekend, kan worden geschat op de marktwaarde op het tijdstip van de beslissing of door verwijzing naar de bij openbare verkoop te behalen opbrengst, indien verhaal moet worden genomen. De rechter kan het te betalen bedrag lager vaststellen dan het geschatte voordeel. Op het gemotiveerde verzoek van de verdachte of veroordeelde kan de rechter, indien de huidige en de redelijkerwijs te verwachten toekomstige draagkracht van de verdachte of veroordeelde niet toereikend zullen zijn om het te betalen bedrag te voldoen, bij de vaststelling van het te betalen bedrag daarmee rekening houden. Bij het ontbreken van zodanig verzoek kan de rechter ambtshalve of op vordering van de officier van justitie deze bevoegdheid toepassen.

  6. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

  7. Bij het vaststellen van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van het eerste en tweede lid ter zake van strafbare feiten die door twee of meer personen zijn gepleegd, kan de rechter bepalen dat deze hoofdelijk dan wel voor een door hem te bepalen deel aansprakelijk zijn voor de gezamenlijke betalingsverplichting.

  8. De rechter kan bij de bepaling van de hoogte van het voordeel kosten in mindering brengen die rechtstreeks in verband staan met het begaan van strafbare feiten, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, en die redelijkerwijs voor aftrek in aanmerking komen.

  9. Bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, worden aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen alsmede de verplichting tot betaling aan de staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer als bedoeld in artikel 36f voor zover die zijn voldaan, in mindering gebracht.

  10. Bij de oplegging van de maatregel wordt rekening gehouden met uit hoofde van eerdere beslissingen opgelegde verplichtingen tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

  11. Lijfsdwang kan met toepassing van artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering door de rechter tot maximaal drie jaar worden bevolen en geldt als maatregel.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 26-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-04-2019 Historisch 01-03-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 16-10-2018 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2016 Historisch 20-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 17-11-2015 Historisch 01-08-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 01-05-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 15-02-2014 Historisch 20-01-2014 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 15-11-2013 Historisch 01-09-2013 Historisch 20-08-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-11-2012 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 09-05-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 03-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-03-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-09-2010 Historisch 07-07-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 09-05-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-02-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-09-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 29-11-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 01-08-2006 Historisch 07-07-2006 Historisch 01-04-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 15-10-2005 Historisch 01-08-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-11-2004 Historisch 01-10-2004 Historisch 10-08-2004 Historisch 01-07-2004 Historisch 30-06-2004 Historisch 16-06-2004 Historisch 12-05-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-02-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch 01-10-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 01-10-2002 Historisch 01-09-2002 Historisch 08-08-2002 Historisch 12-07-2002 Historisch 29-05-2002 Historisch 01-04-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2015.

Tekst van deze versie

  1. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

  2. De verplichting kan worden opgelegd aan de in het eerste lid bedoelde persoon die voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het daar bedoelde feit of andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.

  3. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie, de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, indien aannemelijk is dat of dat misdrijf of andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. In dat geval kan ook worden vermoed dat:

    1. uitgaven die de veroordeelde heeft gedaan in een periode van zes jaren voorafgaand aan het plegen van dat misdrijf, wederrechtelijk verkregen voordeel belichamen, tenzij aannemelijk is dat deze uitgaven zijn gedaan uit een legale bron van inkomsten, of;

    2. voorwerpen die in een periode van zes jaren voorafgaand aan het plegen van dat misdrijf aan de veroordeelde zijn gaan toebehoren voordeel belichamen als bedoeld in het eerste lid, tenzij aannemelijk is dat aan de verkrijging van die voorwerpen een legale bron van herkomst ten grondslag ligt.

  4. De rechter kan ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op het verzoek van de veroordeelde afwijken van de in het derde lid genoemde periode van zes jaren en een kortere periode in aanmerking nemen.

  5. De rechter stelt het bedrag vast waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat. Onder voordeel is de besparing van kosten begrepen. De waarde van voorwerpen die door de rechter tot het wederrechtelijk verkregen voordeel worden gerekend, kan worden geschat op de marktwaarde op het tijdstip van de beslissing of door verwijzing naar de bij openbare verkoop te behalen opbrengst, indien verhaal moet worden genomen. De rechter kan het te betalen bedrag lager vaststellen dan het geschatte voordeel. Op het gemotiveerde verzoek van de verdachte of veroordeelde kan de rechter, indien de huidige en de redelijkerwijs te verwachten toekomstige draagkracht van de verdachte of veroordeelde niet toereikend zullen zijn om het te betalen bedrag te voldoen, bij de vaststelling van het te betalen bedrag daarmee rekening houden. Bij het ontbreken van zodanig verzoek kan de rechter ambtshalve of op vordering van de officier van justitie deze bevoegdheid toepassen.

  6. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

  7. Bij het vaststellen van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van het eerste en tweede lid ter zake van strafbare feiten die door twee of meer personen zijn gepleegd, kan de rechter bepalen dat deze hoofdelijk dan wel voor een door hem te bepalen deel aansprakelijk zijn voor de gezamenlijke betalingsverplichting.

  8. De rechter kan bij de bepaling van de hoogte van het voordeel kosten in mindering brengen die rechtstreeks in verband staan met het begaan van strafbare feiten, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, en die redelijkerwijs voor aftrek in aanmerking komen.

  9. Bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, worden aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen alsmede de verplichting tot betaling aan de staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer als bedoeld in artikel 36f voor zover die zijn voldaan, in mindering gebracht.

  10. Bij de oplegging van de maatregel wordt rekening gehouden met uit hoofde van eerdere beslissingen opgelegde verplichtingen tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

  11. Lijfsdwang kan met toepassing van artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering door de rechter tot maximaal drie jaar worden bevolen en geldt als maatregel.

81 verwijzing(en)
Hoge Raad | 10-10-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 26-09-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 26-09-2017 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 05-09-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 04-07-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 13-06-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 30-05-2017 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 09-05-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 18-04-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 04-04-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 21-03-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 21-03-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 14-03-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 14-03-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 14-03-2017 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 28-02-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 14-02-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 03-01-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 13-12-2016 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 29-11-2016 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 27-09-2016 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 07-06-2016 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 17-05-2016 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 22-03-2016 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 10-11-2015 | 04-08-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 22-09-2015 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 15-09-2015 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 07-07-2015 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 07-04-2015 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 03-06-2014 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 08-04-2014 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 25-03-2014 | 01-08-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 18-03-2014 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 11-03-2014 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 03-12-2013 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 12-11-2013 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 02-07-2013 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 26-03-2013 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 19-02-2013 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 11-12-2012 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 20-11-2012 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 30-10-2012 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 30-10-2012 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 11-09-2012 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 12-06-2012 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 27-03-2012 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 06-03-2012 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 14-02-2012 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 14-02-2012 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 31-01-2012 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 20-12-2011 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 22-11-2011 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 25-10-2011 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 27-09-2011 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 13-09-2011 | 11-03-2026
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 28-06-2011 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 14-06-2011 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 24-05-2011 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 24-05-2011 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 26-04-2011 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 25-02-2011 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 22-02-2011 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 07-12-2010 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 28-09-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 21-09-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 07-09-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 13-07-2010 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 29-06-2010 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 11-05-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 30-03-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 02-03-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 12-01-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 07-07-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 21-04-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 31-03-2009 | 08-04-2016
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 17-02-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 13-01-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 01-04-2008 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 19-02-2008 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 12-02-2008 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 22-01-2008 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht