Wetboek van Strafrecht

Inhoud

Artikel 38v (Gedragsbeinvloedende maatregelen)

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2014.
  1. Ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten kan een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid worden opgelegd bij de rechterlijke uitspraak:

    1. waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld;

    2. waarbij overeenkomstig artikel 9a wordt bepaald dat geen straf zal worden opgelegd.

  2. De maatregel kan inhouden dat de verdachte wordt bevolen:

    1. zich niet op te houden in een bepaald gebied,

    2. zich te onthouden van contact met een bepaalde persoon of bepaalde personen,

    3. zich op bepaalde tijdstippen te melden bij de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar.

  3. De maatregel kan voor een periode van ten hoogste twee jaren worden opgelegd.

  4. De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie, bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen.

  5. Het bevel, bedoeld in het vierde lid, kan door de rechter die kennisneemt van het hoger beroep, ambtshalve, op verzoek van de veroordeelde of op vordering van het openbaar ministerie, worden opgeheven.

  6. De maatregel kan tezamen met straffen en andere maatregelen worden opgelegd.

Annotaties

Publiek
Overtreden levert niet een nieuw strafbaar feit op, maar wordt via artikel 38w Sr afgedaan, waarin de rechter dus al vervangende hechtenis bevolen heeft bij overtreding.

Zie ook artikel 6:3:15 Sv voor bevel aanhouding (h)OvJ.
01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 26-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-04-2019 Historisch 01-03-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 16-10-2018 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2016 Historisch 20-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 17-11-2015 Historisch 01-08-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 01-05-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 15-02-2014 Historisch 20-01-2014 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 15-11-2013 Historisch 01-09-2013 Historisch 20-08-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-11-2012 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 09-05-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-04-2012.

Tekst van deze versie

  1. Ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten kan een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid worden opgelegd bij de rechterlijke uitspraak:

    1. waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld;

    2. waarbij overeenkomstig artikel 9a wordt bepaald dat geen straf zal worden opgelegd.

  2. De maatregel kan inhouden dat de verdachte wordt bevolen:

    1. zich niet op te houden in een bepaald gebied,

    2. zich te onthouden van contact met een bepaalde persoon of bepaalde personen,

    3. zich op bepaalde tijdstippen te melden bij de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar.

  3. De maatregel kan voor een periode van ten hoogste twee jaren worden opgelegd.

  4. De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie, bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen.

  5. Het bevel, bedoeld in het vierde lid, kan door de rechter die kennisneemt van het hoger beroep, ambtshalve, op verzoek van de veroordeelde of op vordering van het openbaar ministerie, worden opgeheven.

  6. De maatregel kan tezamen met straffen en andere maatregelen worden opgelegd.

1 verwijzing(en)
Hoge Raad | 03-01-2017 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht