-
Als daders van een strafbaar feit worden gestraft:
- 1°
zij die het feit plegen, doen plegen of medeplegen;
- 2°
zij die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen het feit opzettelijk uitlokken.
- 1°
-
Ten aanzien van de laatsten komen alleen die handelingen in aanmerking die zij opzettelijk hebben uitgelokt, benevens hun gevolgen.
Inhoud
Artikel 47 (Deelnemingsvormen)
Tekst van deze versie
-
Als daders van een strafbaar feit worden gestraft:
- 1°
zij die het feit plegen, doen plegen of medeplegen;
- 2°
zij die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen het feit opzettelijk uitlokken.
- 1°
-
Ten aanzien van de laatsten komen alleen die handelingen in aanmerking die zij opzettelijk hebben uitgelokt, benevens hun gevolgen.
Dit artikel legt uit wie als dader van een strafbaar feit kan worden aangemerkt. Het gaat dus niet alleen om degene die het feit zelf uitvoert, maar ook om anderen die daar een belangrijke rol bij spelen.
1. Plegen, doen plegen en medeplegen
Als dader geldt in de eerste plaats degene die het strafbare feit pleegt. Daarnaast vallen ook onder dit artikel:
- doen plegen: iemand laat een ander het feit uitvoeren;
- medeplegen: iemand werkt bewust en nauw samen met een ander om het feit te plegen.
2. Opzettelijk uitlokken
Ook iemand die een ander opzettelijk aanzet tot het plegen van een strafbaar feit, kan als dader worden gestraft. Dat uitlokken kan gebeuren door bijvoorbeeld:
- giften of beloften;
- misbruik van gezag;
- geweld of bedreiging;
- misleiding;
- het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen.
Het moet dus gaan om een bewuste en opzettelijke beïnvloeding van een ander. Alleen de handelingen die iemand zelf opzettelijk heeft uitgelokt, tellen mee, samen met de gevolgen daarvan.
Belangrijk
Bij uitlokking is dus niet genoeg dat iemand toevallig helpt of iets mogelijk maakt. Er moet sprake zijn van opzet op het uitlokken van het strafbare feit. Ook moet de uitlokking een duidelijke rol hebben gespeeld bij het ontstaan van het feit.