-
Bij samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, wordt één straf opgelegd.
-
Het maximum van deze straf is het totaal van de hoogste straffen op de feiten gesteld, doch - voor zover het gevangenisstraf of hechtenis betreft - niet meer dan een derde boven het hoogste maximum.
Inhoud
Artikel 57 (Meerdaadse samenloop)
Tekst van deze versie
-
Bij samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, wordt één straf opgelegd.
-
Het maximum van deze straf is het totaal van de hoogste straffen op de feiten gesteld, doch - voor zover het gevangenisstraf of hechtenis betreft - niet meer dan een derde boven het hoogste maximum.
Dit artikel gaat over samenloop van feiten. Dat betekent dat iemand met één of meer handelingen meerdere misdrijven pleegt, terwijl die feiten als losse gedragingen worden gezien.
Als op die misdrijven gelijksoortige hoofdstraffen staan, legt de rechter in beginsel één straf op. De rechter kijkt dan naar alle feiten samen en bepaalt een passende straf binnen de wettelijke grenzen.
Voorbeeld
Een verdachte schiet een man neer doordat hij door het keukenraam een kogel afvuurt en de man doodt. Het vernielen artikel 350 Sr en de doodslag artikel 287 Sr of moord artikel 289 Sr zijn een eendaadse samenloop (artikel 55 Sr). Als de man verdachte daarna een auto steelt en daarmee opzettelijk het verkeer ernstig in gevaar brengt (artikel 5a WVW) zou dat een meerdaadse samenloop kunnen zijn (artikel 57 Sr). Dit zijn namelijk zelfstandige acties die in tijd en handeling gescheiden zijn.
Belangrijk: dit artikel regelt niet welk misdrijf precies is gepleegd, maar alleen hoe de straf wordt bepaald als meerdere misdrijven samenkomen.