-
Bij toepassing van artikel 74, eerste lid, kan de officier van justitie tevens als voorwaarde stellen dat de verdachte
zich zal richten naar de aanwijzingen van een instelling als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onder <em>b</em>, van de Wet op de jeugdhulpverlening, voor een daarbij te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden;
onbetaalde arbeid of arbeid tot herstel van de door het strafbare feit aangerichte schade verricht dan wel een leerproject volgt gedurende een door hem te bepalen duur van ten hoogste veertig uren binnen een door hem te bepalen termijn van ten hoogste drie maanden.
-
Op de in het eerste lid, onder b, bedoelde voorwaarden zijn de artikelen 77m, eerste en negende lid, 77o, eerste lid, en 77ff, vierde lid, met betrekking tot taakstraffen van overeenkomstige toepassing.
-
De geldsom vermeld in artikel 74, tweede lid, onder <em>a</em>, bedraagt ten hoogste € 2 250.
Inhoud
Artikel 77f
Tekst van deze versie
-
Bij toepassing van artikel 74, eerste lid, kan de officier van justitie tevens als voorwaarde stellen dat de verdachte
zich zal richten naar de aanwijzingen van een instelling als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onder <em>b</em>, van de Wet op de jeugdhulpverlening, voor een daarbij te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden;
onbetaalde arbeid of arbeid tot herstel van de door het strafbare feit aangerichte schade verricht dan wel een leerproject volgt gedurende een door hem te bepalen duur van ten hoogste veertig uren binnen een door hem te bepalen termijn van ten hoogste drie maanden.
-
Op de in het eerste lid, onder b, bedoelde voorwaarden zijn de artikelen 77m, eerste en negende lid, 77o, eerste lid, en 77ff, vierde lid, met betrekking tot taakstraffen van overeenkomstige toepassing.
-
De geldsom vermeld in artikel 74, tweede lid, onder <em>a</em>, bedraagt ten hoogste € 2 250.
Nog geen automatische verwijzingen.