Wetboek van Strafrecht

Inhoud

Artikel 77t

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-04-2012.
  1. De rechter die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de maatregel is opgelegd, kan op vordering van het openbaar ministerie de termijn, bedoeld in artikel 77s, zesde lid, eerste volzin telkens met ten hoogste twee jaren verlengen. Niet eerder dan twee maanden en niet later dan een maand voor het tijdstip waarop de maatregel voorwaardelijk eindigt, kan het openbaar ministerie een vordering indienen tot verlenging van de maatregel. De artikelen 509oa en 509q van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

  2. Verlenging van de termijn van de maatregel is slechts mogelijk voor zover de maatregel daardoor de duur van vijf jaar niet te boven gaat, tenzij de maatregel is opgelegd aan een verdachte als bedoeld in artikel 77s, derde lid, tweede volzin. In zodanig geval is verlenging mogelijk voor zover de maatregel de duur van zeven jaar niet te boven gaat. In de gevallen waarin de maatregel is verlengd, eindigt de maatregel voorwaardelijk een jaar voordat de maximale duur van de maatregel wordt bereikt. Artikel 77s, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. De verlenging is slechts mogelijk, indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Artikel 77s, eerste lid, onder b en c, is van overeenkomstige toepassing.

  4. Een vordering tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wordt bij de rechtbank behandeld door de meervoudige kamer.

  5. Bij de vordering worden overgelegd:

    1. een recent opgemaakt, met redenen omkleed en ondertekend advies afkomstig van het hoofd van de inrichting, en

    2. een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde.

  6. De maatregel kan zonder advies, bedoeld in het vijfde lid onder a, worden verlengd indien dit door gebrek aan medewerking van de veroordeelde niet kan worden uitgebracht.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 26-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-04-2019 Historisch 01-03-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 16-10-2018 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2016 Historisch 20-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 17-11-2015 Historisch 01-08-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 01-05-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 15-02-2014 Historisch 20-01-2014 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 15-11-2013 Historisch 01-09-2013 Historisch 20-08-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-11-2012 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 09-05-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 03-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-03-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-09-2010 Historisch 07-07-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 09-05-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-02-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-09-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 29-11-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 01-08-2006 Historisch 07-07-2006 Historisch 01-04-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 15-10-2005 Historisch 01-08-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-11-2004 Historisch 01-10-2004 Historisch 10-08-2004 Historisch 01-07-2004 Historisch 30-06-2004 Historisch 16-06-2004 Historisch 12-05-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-02-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch 01-10-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 01-10-2002 Historisch 01-09-2002 Historisch 08-08-2002 Historisch 12-07-2002 Historisch 29-05-2002 Historisch 01-04-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2011.

Tekst van deze versie

  1. De rechter die in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de maatregel is opgelegd, kan op vordering van het openbaar ministerie de termijn, bedoeld in artikel 77s, zesde lid, eerste volzin telkens met ten hoogste twee jaren verlengen. Niet eerder dan twee maanden en niet later dan een maand voor het tijdstip waarop de maatregel voorwaardelijk eindigt, kan het openbaar ministerie een vordering indienen tot verlenging van de maatregel. De artikelen 509oa en 509q van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

  2. Verlenging van de termijn van de maatregel is slechts mogelijk voor zover de maatregel daardoor de duur van vijf jaar niet te boven gaat, tenzij de maatregel is opgelegd aan een verdachte als bedoeld in artikel 77s, derde lid, tweede volzin. In zodanig geval is verlenging mogelijk voor zover de maatregel de duur van zeven jaar niet te boven gaat. In de gevallen waarin de maatregel is verlengd, eindigt de maatregel voorwaardelijk een jaar voordat de maximale duur van de maatregel wordt bereikt. Artikel 77s, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. De verlenging is slechts mogelijk, indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Artikel 77s, eerste lid, onder b en c, is van overeenkomstige toepassing.

  4. Een vordering tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wordt bij de rechtbank behandeld door de meervoudige kamer.

  5. Bij de vordering worden overgelegd:

    1. een recent opgemaakt, met redenen omkleed en ondertekend advies afkomstig van het hoofd van de inrichting, en

    2. een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde.

  6. De maatregel kan zonder advies, bedoeld in het vijfde lid onder a, worden verlengd indien dit door gebrek aan medewerking van de veroordeelde niet kan worden uitgebracht.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht