Aan de rechter-commissaris, de officier van justitie, de hulpofficier van justitie en de opsporingsambtenaar komt onder dezelfde voorwaarden als bedoeld in de artikelen 96b, 96c, eerste, tweede en derde lid, 97, eerste tot en met vierde lid, en 110, eerste en tweede lid, de bevoegdheid toe tot het doorzoeken van een plaats ter vastlegging van gegevens die op deze plaats op een gegevensdrager zijn opgeslagen of vastgelegd. In het belang van het onderzoek kunnen zij deze gegevens vastleggen. De artikelen 96, tweede lid, 98, 99 en 99a zijn van overeenkomstige toepassing.
Inhoud
Artikel 125i (Vastlegging gegevens bij doorzoeking)
Tekst van deze versie
Aan de rechter-commissaris, de officier van justitie, de hulpofficier van justitie en de opsporingsambtenaar komt onder dezelfde voorwaarden als bedoeld in de artikelen 96b, 96c, eerste, tweede en derde lid, 97, eerste tot en met vierde lid, en 110, eerste en tweede lid, de bevoegdheid toe tot het doorzoeken van een plaats ter vastlegging van gegevens die op deze plaats op een gegevensdrager zijn opgeslagen of vastgelegd. In het belang van het onderzoek kunnen zij deze gegevens vastleggen. De artikelen 96, tweede lid, 98, 99 en 99a zijn van overeenkomstige toepassing.
Wat regelt dit artikel?
Dit artikel geeft bepaalde functionarissen binnen het strafproces, zoals de rechter-commissaris, officier van justitie en opsporingsambtenaren, de bevoegdheid om een plek te doorzoeken waar digitale gegevens zijn opgeslagen. Denk hierbij aan computers, servers of andere apparaten waarop informatie staat.
Wanneer mag dit?
De bevoegdheid om zulke doorzoekingen te doen is verbonden aan voorwaarden die ook gelden voor andere vormen van doorzoekingen, zoals vastgelegd in de genoemde artikelen. Dit betekent dat er altijd een wettelijke basis en een bepaald doel moet zijn, bijvoorbeeld het belang van een lopend onderzoek.
Hoe werkt dit in de praktijk?
Als er reden is om te vermoeden dat op een bepaalde plek digitale gegevens relevant zijn voor een onderzoek, kunnen de genoemde functionarissen die plek doorzoeken en de gegevens vastleggen. Dit helpt om bewijs veilig te stellen en het onderzoek te ondersteunen. Daarbij gelden aanvullende regels uit andere artikelen die zorgen voor een zorgvuldige uitvoering.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.7.37 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 2; lid 1