-
In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de opsporingsambtenaar in het belang van het onderzoek van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot beelden gemaakt met camera’s voor de beveiliging van goederen, gebouwen of personen, vorderen deze gegevens te verstrekken.
-
Een vordering als bedoeld in het eerste lid kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. De vordering kan geen betrekking hebben op persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven of lidmaatschap van een vakvereniging. Indien de vordering, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een persoon die aanspraak kan maken op bronbescherming, kan deze slechts worden gedaan na schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris. Artikel 218a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
De vordering kan mondeling worden gegeven. De vordering bevat een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de gegevens die worden gevorderd en de titel van de vordering. De opsporingsambtenaar stelt de vordering in het geval deze mondeling is gegeven achteraf op schrift en verstrekt deze binnen drie dagen nadat de vordering is gedaan aan degene tot wie de vordering is gericht.
-
De opsporingsambtenaar maakt van de vordering en de verstrekking van gegevens proces-verbaal op, waarin wordt vermeld:
de titel van de vordering;
de verstrekte gegevens;
het misdrijf en indien bekend de naam van de verdachte;
de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld.
Inhoud
Artikel 126nda (Vorderen camerabeelden)
Annotaties
Gemeentecamera's: artikel 151c Gemeentewet kan je gewoon ophalen. Geen vordering nodig. Toegestaan nevendoel.
Tekst van deze versie
-
In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de opsporingsambtenaar in het belang van het onderzoek van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot beelden gemaakt met camera’s voor de beveiliging van goederen, gebouwen of personen, vorderen deze gegevens te verstrekken.
-
Een vordering als bedoeld in het eerste lid kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. De vordering kan geen betrekking hebben op persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven of lidmaatschap van een vakvereniging. Indien de vordering, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een persoon die aanspraak kan maken op bronbescherming, kan deze slechts worden gedaan na schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris. Artikel 218a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
De vordering kan mondeling worden gegeven. De vordering bevat een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de gegevens die worden gevorderd en de titel van de vordering. De opsporingsambtenaar stelt de vordering in het geval deze mondeling is gegeven achteraf op schrift en verstrekt deze binnen drie dagen nadat de vordering is gedaan aan degene tot wie de vordering is gericht.
-
De opsporingsambtenaar maakt van de vordering en de verstrekking van gegevens proces-verbaal op, waarin wordt vermeld:
de titel van de vordering;
de verstrekte gegevens;
het misdrijf en indien bekend de naam van de verdachte;
de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld.
Als er een vermoeden bestaat dat iemand een ernstig misdrijf heeft gepleegd (zoals genoemd in artikel 67, eerste lid), mag een opsporingsambtenaar beelden opvragen die zijn gemaakt met beveiligingscamera's. Dit kan alleen van personen die waarschijnlijk toegang hebben tot deze beelden, bijvoorbeeld eigenaren of beheerders van gebouwen of winkels.
Belangrijk: De beelden mogen niet worden opgevraagd bij de verdachte zelf. Ook mogen bepaalde gevoelige persoonsgegevens niet worden gevraagd, zoals informatie over iemands godsdienst, ras, politieke overtuiging, gezondheid, seksuele leven of lidmaatschap van een vakbond.
Als de beelden mogelijk afkomstig zijn van een bron die recht heeft op bescherming (bijvoorbeeld een journalistieke bron), dan is er een extra stap nodig: een schriftelijke toestemming van een rechter-commissaris, op verzoek van de officier van justitie.
De opsporingsambtenaar kan de vordering mondeling doen, maar moet deze binnen drie dagen schriftelijk bevestigen. Van de vordering en het verstrekken van de beelden wordt een proces-verbaal gemaakt, waarin onder andere wordt vastgelegd om welk misdrijf het gaat, welke beelden zijn opgevraagd en waarom dit nodig is.
Nog geen automatische verwijzingen.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.7.2 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 2
- Artikel 2.7.44 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 3; lid 1
- Artikel 2.7.46 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; onderdeel e; oud lid 2
- Artikel 2.7.58 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 2