Wetboek van Strafvordering

Inhoud

Artikel 6:1:6

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Een door Onze Minister gegeven last tot tenuitvoerlegging die strekt tot aanhouding van een verdachte of veroordeelde bevat:

    1. een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de aan te houden persoon;

    2. een opgave van de beslissing of het bevel waarop de aanhouding steunt;

    3. een vermelding van de plaats waarheen de aangehouden persoon moet worden overgebracht, of van de rechter of ambtenaar voor wie hij moet worden geleid.

  2. Degene die overeenkomstig de last een persoon heeft aangehouden, geleidt de aangehouden persoon onverwijld naar de plaats of voor de rechter of ambtenaar, in de last vermeld.

  3. Onze Minister wordt door degene die de aanhouding heeft verricht onverwijld in kennis gesteld van de aanhouding. Indien de aangehouden persoon beweert niet de persoon te zijn tegen wie het bevel is gericht, zorgt Onze Minister voor eenduidige vaststelling van de identiteit van de persoon.

  4. De aan te houden persoon kan buiten het rechtsgebied van een rechtbank worden aangehouden. De artikelen 539n en 539o zijn van overeenkomstige toepassing.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-03-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 09-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 19-12-2020 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Een door Onze Minister gegeven last tot tenuitvoerlegging die strekt tot aanhouding van een verdachte of veroordeelde bevat:

    1. een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de aan te houden persoon;

    2. een opgave van de beslissing of het bevel waarop de aanhouding steunt;

    3. een vermelding van de plaats waarheen de aangehouden persoon moet worden overgebracht, of van de rechter of ambtenaar voor wie hij moet worden geleid.

  2. Degene die overeenkomstig de last een persoon heeft aangehouden, geleidt de aangehouden persoon onverwijld naar de plaats of voor de rechter of ambtenaar, in de last vermeld.

  3. Onze Minister wordt door degene die de aanhouding heeft verricht onverwijld in kennis gesteld van de aanhouding. Indien de aangehouden persoon beweert niet de persoon te zijn tegen wie het bevel is gericht, zorgt Onze Minister voor eenduidige vaststelling van de identiteit van de persoon.

  4. De aan te houden persoon kan buiten het rechtsgebied van een rechtbank worden aangehouden. De artikelen 539n en 539o zijn van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering