Wetboek van Strafvordering

Inhoud

Artikel 482i

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Het bestuur van de raad voor rechtsbijstand wijst voor de gewezen verdachte die geen raadsman heeft, een raadsman aan:

    1. op last van de voorzitter van de rechtbank in het geval van een vordering als bedoeld in artikel 482c, tweede lid;

    2. op last van de voorzitter van de Hoge Raad in het geval van een herzieningsaanvraag als bedoeld in artikel 482a;

    3. op last van de voorzitter van de rechtbank, van het gerechtshof of van de Hoge Raad waar de zaak dient in het geval de zaak op de voet van artikel 482g of 482h is verwezen.

  2. De in het eerste lid, onder a, bedoelde aanwijzing geschiedt voor de duur van de behandeling door de rechter-commissaris. De in het eerste lid, onder b, bedoelde aanwijzing geschiedt voor de duur van de behandeling door de Hoge Raad van de herzieningsaanvraag. De in het eerste lid, onder c, bedoelde aanwijzing geschiedt voor de gehele aanleg waarin zij heeft plaatsgehad.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-03-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 09-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 19-12-2020 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Het bestuur van de raad voor rechtsbijstand wijst voor de gewezen verdachte die geen raadsman heeft, een raadsman aan:

    1. op last van de voorzitter van de rechtbank in het geval van een vordering als bedoeld in artikel 482c, tweede lid;

    2. op last van de voorzitter van de Hoge Raad in het geval van een herzieningsaanvraag als bedoeld in artikel 482a;

    3. op last van de voorzitter van de rechtbank, van het gerechtshof of van de Hoge Raad waar de zaak dient in het geval de zaak op de voet van artikel 482g of 482h is verwezen.

  2. De in het eerste lid, onder a, bedoelde aanwijzing geschiedt voor de duur van de behandeling door de rechter-commissaris. De in het eerste lid, onder b, bedoelde aanwijzing geschiedt voor de duur van de behandeling door de Hoge Raad van de herzieningsaanvraag. De in het eerste lid, onder c, bedoelde aanwijzing geschiedt voor de gehele aanleg waarin zij heeft plaatsgehad.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering