-
De opsporingsambtenaar die handelt ter uitvoering van een bevel als omschreven in de titels IVa tot en met V en Vb, is verplicht van de hem in de wet verleende inbeslagnemingsbevoegdheden gebruik te maken, indien hij door de uitvoering van het bevel de vindplaats weet van voorwerpen waarvan het aanwezig hebben of voorhanden hebben ingevolge de wet verboden is vanwege hun schadelijkheid voor de volksgezondheid of hun gevaar voor de veiligheid. De inbeslagneming mag slechts in het belang van het onderzoek worden uitgesteld met het oogmerk om op een later tijdstip daartoe over te gaan.
-
De verplichting tot inbeslagneming, bedoeld in het eerste lid, geldt niet in het geval de officier van justitie op grond van een zwaarwegend opsporingsbelang anders beveelt.
-
Een bevel als omschreven in het tweede lid is schriftelijk en vermeldt:
de voorwerpen waar het betrekking op heeft,
het zwaarwegend opsporingsbelang en
het tijdstip waarop of de periode gedurende welke de verplichting tot inbeslagneming niet geldt.
-
Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de opsporingsambtenaar of de officier van justitie door de toepassing van een bevoegdheid als omschreven in titel Va of titel Vc de vindplaats weet van voorwerpen als bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid.
Inhoud
Artikel 126ff
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-02-2007.
Deze versie geldt vanaf 01-02-2007.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
15-05-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-10-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-03-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
09-11-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
07-05-2021
Historisch
01-05-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
19-12-2020
Historisch
25-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
01-10-2012
Historisch
01-09-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
01-04-2012
Historisch
01-04-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-08-2011
Historisch
01-08-2011
Historisch
02-07-2011
Historisch
02-07-2011
Historisch
01-07-2011
Historisch
01-02-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
01-11-2010
Historisch
10-10-2010
Historisch
01-10-2010
Historisch
01-09-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-04-2010
Historisch
01-01-2010
Historisch
01-07-2009
Historisch
01-06-2009
Historisch
01-04-2009
Historisch
25-03-2009
Historisch
01-01-2009
Historisch
01-09-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
09-05-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
01-02-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
01-12-2007
Historisch
04-07-2007
Historisch
01-07-2007
Historisch
01-06-2007
Historisch
09-05-2007
Historisch
01-03-2007
Historisch
01-02-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-11-2006
Historisch
01-09-2006
Historisch
01-04-2006
Historisch
01-02-2006
Historisch
01-01-2006
Historisch
01-11-2005
Historisch
15-10-2005
Historisch
01-10-2005
Historisch
01-08-2005
Historisch
01-07-2005
Historisch
15-06-2005
Historisch
01-02-2005
Historisch
01-01-2005
Historisch
01-10-2004
Historisch
01-09-2004
Historisch
01-07-2004
Historisch
01-06-2004
Historisch
19-05-2004
Historisch
01-05-2004
Historisch
01-02-2004
Historisch
01-09-2003
Historisch
01-07-2003
Historisch
01-06-2003
Historisch
01-01-2003
Historisch
01-10-2002
Historisch
04-09-2002
Historisch
08-08-2002
Historisch
12-07-2002
Historisch
01-07-2002
Historisch
01-05-2002
Historisch
08-03-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 08-03-2002
Tekst van deze versie
- De opsporingsambtenaar die handelt ter uitvoering van een bevel als omschreven in de titels IVa tot en met V,V en Vb, is verplicht van de hem in de wet verleende inbeslagnemingsbevoegdheden gebruik te maken, indien hij door de uitvoering van het bevel de vindplaats weet van voorwerpen waarvan het aanwezig hebben of voorhanden hebben ingevolge de wet verboden is vanwege hun schadelijkheid voor de volksgezondheid of hun gevaar voor de veiligheid. De inbeslagneming mag slechts in het belang van het onderzoek worden uitgesteld met het oogmerk om op een later tijdstip daartoe over te gaan.
-
De verplichting tot inbeslagneming, bedoeld in het eerste lid, geldt niet in het geval de officier van justitie op grond van een zwaarwegend opsporingsbelang anders beveelt.
-
Een bevel als omschreven in het tweede lid is schriftelijk en vermeldt:
de voorwerpen waar het betrekking op heeft,
het zwaarwegend opsporingsbelang en
het tijdstip waarop of de periode gedurende welke de verplichting tot inbeslagneming niet geldt.
- Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de opsporingsambtenaar of de officier van justitie door de toepassing van een bevoegdheid als omschreven in titel Va of titel Vc de vindplaats weet van voorwerpen als bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid.
Nog geen automatische verwijzingen.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.8.5 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; lid 1; oud lid 2; lid 2; oud lid 3; lid 2; oud lid 4; lid 3
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.