Wetboek van Strafvordering

Inhoud

Artikel 126g (Stelselmatige observatie)

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2008.
  1. In geval van verdenking van een misdrijf, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar stelselmatig een persoon volgt of stelselmatig diens aanwezigheid of gedrag waarneemt.

  2. Indien de verdenking een misdrijf betreft als omschreven in artikel 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bepalen dat ter uitvoering van het bevel een besloten plaats, niet zijnde een woning, wordt betreden zonder toestemming van de rechthebbende.

  3. De officier van justitie kan bepalen dat ter uitvoering van het bevel een technisch hulpmiddel wordt aangewend, voor zover daarmee geen vertrouwelijke communicatie wordt opgenomen. Een technisch hulpmiddel wordt niet op een persoon bevestigd, tenzij met diens toestemming.

  4. Het bevel wordt gegeven voor een periode van ten hoogste drie maanden. Het kan telkens voor een termijn van ten hoogste drie maanden worden verlengd.

  5. Het bevel tot observatie is schriftelijk en vermeldt:

    1. het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de verdachte;

    2. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;

    3. de naam of een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de in het eerste lid bedoelde persoon;

    4. bij toepassing van het tweede lid, de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in dat lid, zijn vervuld, alsmede de plaats die zal worden betreden;

    5. de wijze waarop aan het bevel uitvoering wordt gegeven, en

    6. de geldigheidsduur van het bevel.

  6. Bij dringende noodzaak kan het bevel mondeling worden gegeven. De officier van justitie stelt in dat geval het bevel binnen drie dagen op schrift.

  7. Zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, bepaalt de officier van justitie dat de uitvoering van het bevel wordt beëindigd.

  8. Het bevel kan schriftelijk en met redenen omkleed worden gewijzigd, aangevuld, verlengd of beëindigd. Bij dringende noodzaak kan de beslissing mondeling worden gegeven. De officier van justitie stelt deze in dat geval binnen drie dagen op schrift.

  9. Een bevel als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gegeven aan een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld aan deze personen. Het tweede tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-03-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 09-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 19-12-2020 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-09-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-08-2011 Historisch 01-08-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-02-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-11-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-06-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 09-05-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-02-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-12-2007 Historisch 04-07-2007 Historisch 01-07-2007 Historisch 01-06-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-11-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 01-04-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-11-2005 Historisch 15-10-2005 Historisch 01-10-2005 Historisch 01-08-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 15-06-2005 Historisch 01-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-10-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-06-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-02-2004 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-07-2003 Historisch 01-06-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 01-10-2002 Historisch 04-09-2002 Historisch 08-08-2002 Historisch 12-07-2002 Historisch 01-07-2002 Historisch 01-05-2002 Historisch 08-03-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 08-03-2002.

Tekst van deze versie

  1. In geval van verdenking van een misdrijf, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar stelselmatig een persoon volgt of stelselmatig diens aanwezigheid of gedrag waarneemt.

  2. Indien de verdenking een misdrijf betreft als omschreven in artikel 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bepalen dat ter uitvoering van het bevel een besloten plaats, niet zijnde een woning, wordt betreden zonder toestemming van de rechthebbende.

  3. De officier van justitie kan bepalen dat ter uitvoering van het bevel een technisch hulpmiddel wordt aangewend, voor zover daarmee geen vertrouwelijke communicatie wordt opgenomen. Een technisch hulpmiddel wordt niet op een persoon bevestigd, tenzij met diens toestemming.

  4. Het bevel wordt gegeven voor een periode van ten hoogste drie maanden. Het kan telkens voor een termijn van ten hoogste drie maanden worden verlengd.

  5. Het bevel tot observatie is schriftelijk en vermeldt:

    1. het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de verdachte;

    2. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;

    3. de naam of een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de in het eerste lid bedoelde persoon;

    4. bij toepassing van het tweede lid, de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in dat lid, zijn vervuld, alsmede de plaats die zal worden betreden;

    5. de wijze waarop aan het bevel uitvoering wordt gegeven, en

    6. de geldigheidsduur van het bevel.

  6. Bij dringende noodzaak kan het bevel mondeling worden gegeven. De officier van justitie stelt in dat geval het bevel binnen drie dagen op schrift.

  7. Zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, bepaalt de officier van justitie dat de uitvoering van het bevel wordt beëindigd.

  8. Het bevel kan schriftelijk en met redenen omkleed worden gewijzigd, aangevuld, verlengd of beëindigd. Bij dringende noodzaak kan de beslissing mondeling worden gegeven. De officier van justitie stelt deze in dat geval binnen drie dagen op schrift.

  9. Een bevel als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gegeven aan een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld aan deze personen. Het tweede tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing.

5 verwijzing(en)
Hoge Raad | 09-09-2014 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 01-07-2014 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 26-03-2013 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 13-11-2012 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 26-10-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering