-
In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een opsporingsambtenaar telecommunicatie opneemt met een technisch hulpmiddel.
-
Onder telecommunicatie wordt in dit artikel verstaan niet voor het publiek bestemde communicatie via een openbaar telecommunicatienetwerk, dan wel met gebruikmaking van openbare telecommunicatiediensten.
-
Het bevel tot het opnemen van telecommunicatie is schriftelijk en vermeldt:
het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de verdachte;
de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
het nummer waarmee de individuele gebruiker van telecommunicatie wordt geïdentificeerd, alsmede, voor zover bekend, de naam en het adres van de gebruiker;
de geldigheidsduur van het bevel.
-
Artikel 126l, vierde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Inhoud
Artikel 126m (Tapbevoegdheid)
Annotaties
Tekst van deze versie
-
In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een opsporingsambtenaar telecommunicatie opneemt met een technisch hulpmiddel.
-
Onder telecommunicatie wordt in dit artikel verstaan niet voor het publiek bestemde communicatie via een openbaar telecommunicatienetwerk, dan wel met gebruikmaking van openbare telecommunicatiediensten.
-
Het bevel tot het opnemen van telecommunicatie is schriftelijk en vermeldt:
het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de verdachte;
de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
het nummer waarmee de individuele gebruiker van telecommunicatie wordt geïdentificeerd, alsmede, voor zover bekend, de naam en het adres van de gebruiker;
de geldigheidsduur van het bevel.
-
Artikel 126l, vierde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.1.13 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 8
- Artikel 2.8.1 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 8
- Artikel 2.8.13 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; lid 1; oud lid 2; lid 1; oud lid 3; lid 4; oud lid 4; lid 5; oud lid 5; lid 2; oud lid 6; lid 7; oud lid 7; lid 7