-
In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar goederen afneemt van of diensten verleent aan een persoon ten aanzien van wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden voortvloeit dat deze betrokken is bij het in het georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven.
-
De opsporingsambtenaar mag bij de tenuitvoerlegging van het bevel een persoon niet brengen tot het plegen of beramen van andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht.
-
Het bevel tot pseudo-koop of -dienstverlening is schriftelijk en vermeldt:
een omschrijving van het georganiseerd verband;
de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
de aard van de goederen of diensten;
de wijze waarop aan het bevel uitvoering wordt gegeven, daaronder begrepen strafbaar gesteld handelen, en
het tijdstip waarop, of de periode waarbinnen aan het bevel uitvoering wordt gegeven.
-
Onder een opsporingsambtenaar als bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat, die voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
-
Artikel 126g, zesde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Inhoud
Artikel 126q
Tekst van deze versie
-
In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bevelen dat een opsporingsambtenaar goederen afneemt van of diensten verleent aan een persoon ten aanzien van wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden voortvloeit dat deze betrokken is bij het in het georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven.
-
De opsporingsambtenaar mag bij de tenuitvoerlegging van het bevel een persoon niet brengen tot het plegen of beramen van andere strafbare feiten dan waarop diens opzet reeds tevoren was gericht.
-
Het bevel tot pseudo-koop of -dienstverlening is schriftelijk en vermeldt:
een omschrijving van het georganiseerd verband;
de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
de aard van de goederen of diensten;
de wijze waarop aan het bevel uitvoering wordt gegeven, daaronder begrepen strafbaar gesteld handelen, en
het tijdstip waarop, of de periode waarbinnen aan het bevel uitvoering wordt gegeven.
-
Onder een opsporingsambtenaar als bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat, die voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
-
Artikel 126g, zesde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Nog geen automatische verwijzingen.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.1.4 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 2
- Artikel 2.8.1 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 5
- Artikel 2.8.10 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; oud lid 1, oud onderdeel a; lid 1; oud lid 1, oud onderdeel b; lid 1; oud lid 1, oud onderdeel c; lid 1; oud lid 3, oud onderdeel d; lid 2; oud lid 3; lid 1
- Artikel 2.8.20 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 4
- Artikel 2.8.22 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1