-
In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een opsporingsambtenaar met een technisch hulpmiddel telecommunicatie opneemt ten aanzien waarvan het vermoeden bestaat dat daaraan een persoon deelneemt ten aanzien van wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden voortvloeit dat deze betrokken is bij het in het georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven.
-
Onder telecommunicatie wordt in dit artikel verstaan niet voor het publiek bestemde communicatie via een openbaar telecommunicatienetwerk, dan wel met gebruikmaking van openbare telecommunicatiediensten.
-
Het bevel tot het opnemen van telecommunicatie is schriftelijk en vermeldt:
een omschrijving van het georganiseerd verband;
de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
het nummer waarmee de individuele gebruiker van telecommunicatie wordt geïdentificeerd, alsmede, voor zover bekend, de naam en het adres van de gebruiker;
de naam van de persoon, genoemd in het eerste lid, wanneer deze niet de houder is, en
de geldigheidsduur van het bevel.
-
Artikel 126s, vierde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Inhoud
Artikel 126t
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
- In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een opsporingsambtenaar met een technisch hulpmiddel telecommunicatie opneemt waaraanten aanzien waarvan het vermoeden bestaat dat daaraan een persoon deelneemt ten aanzien van wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden voortvloeit dat deze betrokken is bij het in het georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven.
-
Onder telecommunicatie wordt in dit artikel verstaan niet voor het publiek bestemde communicatie via een openbaar telecommunicatienetwerk, dan wel met gebruikmaking van openbare telecommunicatiediensten.
-
Het bevel tot het opnemen van telecommunicatie is schriftelijk en vermeldt:
een omschrijving van het georganiseerd verband;
de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
het nummer waarmee de individuele gebruiker van telecommunicatie wordt geïdentificeerd, alsmede, voor zover bekend, de naam en het adres van de gebruiker;
de naam van de persoon, genoemd in het eerste lid, wanneer deze niet de houder is, en
de geldigheidsduur van het bevel.
-
Artikel 126s, vierde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Nog geen automatische verwijzingen.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.1.14 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 8
- Artikel 2.7.2 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 7
- Artikel 2.7.58 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 8
- Artikel 2.8.1 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 8
- Artikel 2.8.13 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; lid 1; oud lid 2; lid 1; oud lid 3; lid 4; oud lid 4; lid 5; oud lid 5; lid 2; oud lid 6; lid 7; oud lid 8; lid 7