Wetboek van Strafvordering

Inhoud

Artikel 126uf

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-06-2004.
  1. In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een financiële dienst verleent en van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot de gegevens, bedoeld in artikel 126nd, tweede lid, derde volzin, deze gegevens vorderen.

  2. De vordering, bedoeld in het eerste lid, kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. De vordering, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gedaan na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris.

  4. Artikel 126nd, derde, vierde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

  5. De officier van justitie doet van de verstrekking van gegevens proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:

    1. de gegevens, bedoeld in artikel 126nd, derde lid;

    2. de verstrekte gegevens;

    3. een omschrijving van het georganiseerd verband;

    4. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;

    5. de reden waarom de gegevens in het belang van het onderzoek worden gevorderd.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-03-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 09-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 19-12-2020 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-09-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-08-2011 Historisch 01-08-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-02-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-11-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-06-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 09-05-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-02-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-12-2007 Historisch 04-07-2007 Historisch 01-07-2007 Historisch 01-06-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-11-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 01-04-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-11-2005 Historisch 15-10-2005 Historisch 01-10-2005 Historisch 01-08-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 15-06-2005 Historisch 01-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-10-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-06-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-05-2004

Tekst van deze versie

  1. DitIn onderdeeleen isgeval nogals nietbedoeld inwerkingin getredenartikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een financiële dienst verleent en van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot de gegevens, bedoeld in artikel 126nd, tweede lid, derde volzin, deze gegevens vorderen.
  2. De vordering, bedoeld in het eerste lid, kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
  3. De vordering, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gedaan na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris.
  4. Artikel 126nd, derde, vierde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
  5. De officier van justitie doet van de verstrekking van gegevens proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld:

    1. de gegevens, bedoeld in artikel 126nd, derde lid;
    2. de verstrekte gegevens;
    3. een omschrijving van het georganiseerd verband;
    4. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;
    5. de reden waarom de gegevens in het belang van het onderzoek worden gevorderd.
1 verwijzing(en)
Hoge Raad | 26-05-2009 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering