-
Het verbod om genetische gegevens te verwerken is niet van toepassing, indien in het belang van het onderzoek een DNA-onderzoek wordt verricht dat gericht is op het vaststellen van verwantschap. De rechter-commissaris kan bevelen dat een zodanig DNA-onderzoek wordt verricht. Artikel 195a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Celmateriaal dat ingevolge dit wetboek, of een andere wet is afgenomen ten behoeve van het bepalen en verwerken van een DNA-profiel, mag worden gebruikt voor het vaststellen van verwantschap. Celmateriaal van een derde kan, behoudens het geval, bedoeld in de volgende volzin, slechts met zijn schriftelijke toestemming worden afgenomen en gebruikt voor het vaststellen van verwantschap. Ingeval een derde minderjarig is en vermoed wordt dat hij voorwerp is van een misdrijf als omschreven in artikel 197a, 241, 243 en 245 tot en met 250256, 273f, 278, 287, 289, 290 of 291 van het Wetboek van Strafrecht, kan in het belang van het onderzoek celmateriaal bij de derde op bevel van de rechter-commissaris worden afgenomen en gebruikt voor het vaststellen van verwantschap.
-
Het DNA-onderzoek kan slechts worden verricht in geval van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld en een van de misdrijven omschreven in de artikelen 109, 110, 141, tweede lid, onder 1°, 181, onder 2°, 182, 241, eerste lid, en 245, eerste lid, 281, eerste lid, onder 1°, 290, 300, tweede en derde lid, en 301, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien een DNA-onderzoek als bedoeld in artikel 195a, eerste lid, leidt tot het vaststellen van verwantschap, kan de rechter-commissaris dit resultaat gebruiken bij onderzoekshandelingen die hij uit hoofde van de artikelen 181 tot en met 183 verricht.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze van uitvoering van het DNA-onderzoek.
Inhoud
Artikel 195g
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-07-2024.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2024.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
15-05-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-10-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-03-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
09-11-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
07-05-2021
Historisch
01-05-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
19-12-2020
Historisch
25-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
01-10-2012
Historisch
01-09-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
01-04-2012
Historisch
01-04-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-01-2020
Tekst van deze versie
-
Het verbod om genetische gegevens te verwerken is niet van toepassing, indien in het belang van het onderzoek een DNA-onderzoek wordt verricht dat gericht is op het vaststellen van verwantschap. De rechter-commissaris kan bevelen dat een zodanig DNA-onderzoek wordt verricht. Artikel 195a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
- Celmateriaal dat ingevolge dit wetboek, of een andere wet is afgenomen ten behoeve van het bepalen en verwerken van een DNA-profiel, mag worden gebruikt voor het vaststellen van verwantschap. Celmateriaal van een derde kan, behoudens het geval, bedoeld in de volgende volzin, slechts met zijn schriftelijke toestemming worden afgenomen en gebruikt voor het vaststellen van verwantschap. Ingeval een derde minderjarig is en vermoed wordt dat hij voorwerp is van een misdrijf als omschreven in artikel 197a, 242,241, 243,243 244,en 245,245 246,tot 247,en 248,met 248a, 248b, 249, 256,250256, 273f, 278, 287, 289, 290 of 291 van het Wetboek van Strafrecht, kan in het belang van het onderzoek celmateriaal bij de derde op bevel van de rechter-commissaris worden afgenomen en gebruikt voor het vaststellen van verwantschap.
- Het DNA-onderzoek kan slechts worden verricht in geval van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld en een van de misdrijven omschreven in de artikelen 109, 110, 141, tweede lid, onder 1°, 181, onder 2°, 182, 247,241, 248a,eerste 248b,lid, 249,en 245, eerste lid, 281, eerste lid, onder 1°, 290, 300, tweede en derde lid, en 301, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien een DNA-onderzoek als bedoeld in artikel 195a, eerste lid, leidt tot het vaststellen van verwantschap, kan de rechter-commissaris dit resultaat gebruiken bij onderzoekshandelingen die hij uit hoofde van de artikelen 181 tot en met 183 verricht.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze van uitvoering van het DNA-onderzoek.
Nog geen automatische verwijzingen.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.6.18 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; lid 1; oud lid 2; oud lid 3
- Artikel 2.6.5 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 4; lid 1
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.