-
De rechter-commissaris verhoort den getuige, wiens verhoor door hem wenschelijk wordt geoordeeld, door den rechter wordt bevolen of door den officier van justitie wordt gevorderd. Hij kan diens dagvaarding bevelen.
-
De officier van justitie kan bij met redenen omklede beslissing weigeren een bevel van de rechter-commissaris tot dagvaarding als bedoeld in het eerste lid ten uitvoer te leggen, indien de officier van justitie op grond van zijn aanvankelijk oordeel, dat de getuige voldoet aan de in artikel 226<em>a</em>, eerste lid, onder <em>a</em> en <em>b</em>, genoemde voorwaarden, hem heeft toegezegd dat hij op geen andere wijze dan overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 226<em>c</em>-226<em>f</em> zal worden verhoord. Na de weigering onverwijld en schriftelijk ter kennis van de rechter-commissaris en de verdachte te hebben gebracht, dient de officier van justitie, indien hij zulks nog niet heeft gedaan, de vordering, bedoeld in artikel 226<em>a</em>, eerste lid, in.
-
Het tweede lid blijft buiten toepassing in geval van een dagvaarding van een bedreigde getuige.
Inhoud
Artikel 210
Tekst van deze versie
-
De rechter-commissaris verhoort den getuige, wiens verhoor door hem wenschelijk wordt geoordeeld, door den rechter wordt bevolen of door den officier van justitie wordt gevorderd. Hij kan diens dagvaarding bevelen.
-
De officier van justitie kan bij met redenen omklede beslissing weigeren een bevel van de rechter-commissaris tot dagvaarding als bedoeld in het eerste lid ten uitvoer te leggen, indien de officier van justitie op grond van zijn aanvankelijk oordeel, dat de getuige voldoet aan de in artikel 226<em>a</em>, eerste lid, onder <em>a</em> en <em>b</em>, genoemde voorwaarden, hem heeft toegezegd dat hij op geen andere wijze dan overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 226<em>c</em>-226<em>f</em> zal worden verhoord. Na de weigering onverwijld en schriftelijk ter kennis van de rechter-commissaris en de verdachte te hebben gebracht, dient de officier van justitie, indien hij zulks nog niet heeft gedaan, de vordering, bedoeld in artikel 226<em>a</em>, eerste lid, in.
-
Het tweede lid blijft buiten toepassing in geval van een dagvaarding van een bedreigde getuige.
Nog geen automatische verwijzingen.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.10.26 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; lid 1; oud lid 2; lid 3; oud lid 3; lid 4