-
De verdachte is verplicht in persoon op de terechtzitting te verschijnen indien hij zich in voorlopige hechtenis bevindt in verband met de zaak en het bevel voorlopige hechtenis niet is geschorst of indien hij zich in detentie bevindt in verband met een andere zaak dan die op de terechtzitting wordt behandeld. Deze verplichting betreft alleen de terechtzitting waarop de zaak inhoudelijk wordt behandeld en voor zover het een misdrijf betreft:
dat wordt genoemd in artikel 51e, eerste lid, of
dat wordt genoemd in de artikelen 141, eerste lid en tweede lid, onder 1°,181, eerste en tweede lid, 182, eerste lid en tweede lid, onder 1°, 248c, 252, tweede lid, 290, 296, eerste en tweede lid of 301, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De voorzitter van de rechtbank kan ambtshalve, op vordering van de officier van justitie, op verzoek van de verdachte of van het slachtoffer beslissen dat de verplichte verschijning van de verdachte achterwege blijft in verband met zwaarwegende belangen van de verdachte, het slachtoffer of een van de andere procesdeelnemers dan wel in het geval geen van de procesdeelnemers de verplichte verschijning wenselijk of noodzakelijk vindt.
Inhoud
Artikel 258a
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-07-2024.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2024.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
15-05-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-10-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-03-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
09-11-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
07-05-2021
Historisch
01-05-2021
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-05-2021
Tekst van deze versie
-
DitDe onderdeelverdachte is nogverplicht in persoon op de terechtzitting te verschijnen indien hij zich in voorlopige hechtenis bevindt in verband met de zaak en het bevel voorlopige hechtenis niet inwerkingis getredengeschorst of indien hij zich in detentie bevindt in verband met een andere zaak dan die op de terechtzitting wordt behandeld. Deze verplichting betreft alleen de terechtzitting waarop de zaak inhoudelijk wordt behandeld en voor zover het een misdrijf betreft:
- dat wordt genoemd in artikel 51e, eerste lid, of
- dat wordt genoemd in de artikelen 141, eerste lid en tweede lid, onder 1°,181, eerste en tweede lid, 182, eerste lid en tweede lid, onder 1°, 248c, 252, tweede lid, 290, 296, eerste en tweede lid of 301, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
- De voorzitter van de rechtbank kan ambtshalve, op vordering van de officier van justitie, op verzoek van de verdachte of van het slachtoffer beslissen dat de verplichte verschijning van de verdachte achterwege blijft in verband met zwaarwegende belangen van de verdachte, het slachtoffer of een van de andere procesdeelnemers dan wel in het geval geen van de procesdeelnemers de verplichte verschijning wenselijk of noodzakelijk vindt.
Nog geen automatische verwijzingen.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 4.1.7 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 2; lid 2
- Artikel 4.2.2 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1, oud onderdeel a; lid 1, onderdeel a; oud lid 1, oud onderdeel b; lid 1, onderdeel b; oud lid 1; lid 1; oud lid 2; lid 2
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.