-
De officier van justitie kan bij een met redenen omklede beslissing een door de verdachte of de voorzitter der rechtbank opgegeven getuige of deskundige weigeren te doen oproepen, indien hij:
het onaannemelijk acht dat de getuige of de deskundige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen;
van oordeel is dat de gezondheid of het welzijn van de getuige of deskundige door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht, en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om de getuige of deskundige ter terechtzitting te kunnen ondervragen;
van oordeel is dat daardoor redelijkerwijs de verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad.
-
De officier van justitie kan bij een met redenen omklede beslissing een door de verdachte of de voorzitter der rechtbank opgegeven getuige of deskundige weigeren te doen oproepen of weigeren een door de rechtbank gegeven bevel tot oproeping van de getuige ten uitvoer te leggen:
indien de getuige een bedreigde getuige is, of
indien de officier van justitie op grond van zijn aanvankelijk oordeel, dat de getuige voldoet aan de in artikel 226a, eerste lid onder a en b, genoemde voorwaarden, hem heeft toegezegd dat hij op geen andere wijze dan overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 226c-226f zal worden verhoord.
-
De weigering wordt onverwijld schriftelijk ter kennis gebracht van de rechtbank en de verdachte.
Inhoud
Artikel 264
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
-
De officier van justitie kan bij een met redenen omklede beslissing een door de verdachte of de voorzitter der rechtbank opgegeven getuige of deskundige weigeren te doen oproepen, indien hij:
- het onaannemelijk acht dat de getuige of de deskundige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen;
- van oordeel is dat de gezondheid of het gegronde vermoeden bestaat dat de gezondheidstoestandwelzijn van de getuige of deskundige door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting ernstig in gevaar wordt gebracht;gebracht, en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om de getuige of deskundige ter terechtzitting te kunnen ondervragen;
van oordeel is dat daardoor redelijkerwijs de verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad.
-
De officier van justitie kan bij een met redenen omklede beslissing een door de verdachte of de voorzitter der rechtbank opgegeven getuige of deskundige weigeren te doen oproepen of weigeren een door de rechtbank gegeven bevel tot oproeping van de getuige ten uitvoer te leggen:
indien de getuige een bedreigde getuige is, of
indien de officier van justitie op grond van zijn aanvankelijk oordeel, dat de getuige voldoet aan de in artikel 226a, eerste lid onder a en b, genoemde voorwaarden, hem heeft toegezegd dat hij op geen andere wijze dan overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 226c-226f zal worden verhoord.
-
De weigering wordt onverwijld schriftelijk ter kennis gebracht van de rechtbank en de verdachte.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 4.1.4 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; oud lid 1, oud onderdeel b; lid 5, onderdeel a; oud lid 2, oud onderdeel a; lid 5, onderdeel b; oud lid 2, oud onderdeel b; lid 5, onderdeel c
- Artikel 4.1.8 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 2; lid 2
- Artikel 4.2.21 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 2, oud onderdeel a; lid 1, onderdeel a; oud lid 2, oud onderdeel b; lid 1, onderdeel b