-
De rechtbank hoort het slachtoffer, diens vertegenwoordiger op grond van artikel 51e, zesde of zevende lid, of de nabestaande die op grond van artikel 260, tweede lid, is opgeroepen en verschenen.
-
Artikel 258, zesde lid, is na de aanvang van de terechtzitting van overeenkomstige toepassing.
-
De rechtbank kan bevelen dat het slachtoffer, diens vertegenwoordiger op grond van artikel 51e, zesde of zevende lid, of diens nabestaande, indien deze na oproeping niet op de terechtzitting is verschenen, zal worden opgeroepen om op een nader te bepalen tijdstip op de terechtzitting te verschijnen. Indien deze ten tweede male niet op de terechtzitting verschijnt, kan de rechtbank van het horen van het slachtoffer of de nabestaande afzien.
Inhoud
Artikel 303
Tekst van deze versie
-
De rechtbank hoort het slachtoffer, diens vertegenwoordiger op grond van artikel 51e, zesde of zevende lid, of de nabestaande die op grond van artikel 260, tweede lid, is opgeroepen en verschenen.
-
Artikel 258, zesde lid, is na de aanvang van de terechtzitting van overeenkomstige toepassing.
-
De rechtbank kan bevelen dat het slachtoffer, diens vertegenwoordiger op grond van artikel 51e, zesde of zevende lid, of diens nabestaande, indien deze na oproeping niet op de terechtzitting is verschenen, zal worden opgeroepen om op een nader te bepalen tijdstip op de terechtzitting te verschijnen. Indien deze ten tweede male niet op de terechtzitting verschijnt, kan de rechtbank van het horen van het slachtoffer of de nabestaande afzien.
Nog geen automatische verwijzingen.