-
Het hoger beroep moet binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld indien:
de dagvaarding om op de terechtzitting te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is gedaan of betekend;
de verdachte op de terechtzitting of nadere terechtzitting is verschenen;
zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.
-
In andere gevallen dan de in het eerste lid genoemde moet het hoger beroep worden ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is.
-
Indien het onderzoek op de terechtzitting voor onbepaalde tijd is geschorst en de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting niet in persoon is gedaan of betekend, dan is de termijn bedoeld in het tweede lid van toepassing, tenzij
de verdachte op de nadere terechtzitting is verschenen of
zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.
Indien een van deze twee uitzonderingen zich voordoet, is de termijn genoemd in de aanhef van het eerste lid van toepassing.
Inhoud
Artikel 408
Tekst van deze versie
-
Het hoger beroep moet binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld indien:
de dagvaarding om op de terechtzitting te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is gedaan of betekend;
de verdachte op de terechtzitting of nadere terechtzitting is verschenen;
zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.
-
In andere gevallen dan de in het eerste lid genoemde moet het hoger beroep worden ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is.
-
Indien het onderzoek op de terechtzitting voor onbepaalde tijd is geschorst en de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting niet in persoon is gedaan of betekend, dan is de termijn bedoeld in het tweede lid van toepassing, tenzij
de verdachte op de nadere terechtzitting is verschenen of
zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.
Indien een van deze twee uitzonderingen zich voordoet, is de termijn genoemd in de aanhef van het eerste lid van toepassing.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 5.4.2 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1, oud onderdeel a; lid 1, onderdelen a en c; oud lid 1, oud onderdeel b; lid 1, onderdeel d; oud lid 1, oud onderdeel c; lid 1, onderdeel e; oud lid 1, oud onderdeel d; lid 1, onderdeel b; oud lid 1; lid 1; oud lid 2; lid 3; oud lid 4, oud onderd