-
Herziening van eene in kracht van gewijsde gegane einduitspraak houdende veroordeeling, kan worden aangevraagd:
- 1°
op grond van de omstandigheid dat bij onderscheidene arresten of vonnissen, in kracht van gewijsde gegaan of bij verstek gewezen, bewezenverklaringen zijn uitgesproken, welke niet zijn overeen te brengen;
- 2°
op grond van eenige omstandigheid die bij het onderzoek op de terechtzitting den rechter niet was gebleken en die op zich zelve of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt in dier voege dat ernstig vermoeden ontstaat dat ware zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid, hetzij tot vrijspraak van den veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging op grond dat deze niet strafbaar was, hetzij tot niet ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van eene minder zware strafbepaling.
- 1°
-
Op gelijke gronden kan herziening worden aangevraagd, indien bij het gewijsde een telastegelegd feit als bewezen is aangenomen, zonder dat ter zake eene veroordeeling is gevolgd. Onder "veroordeelde" wordt in dezen Titel begrepen hij tegen wien zoodanig gewijsde is gegeven; de bepalingen daarvan worden te zijnen aanzien overeenkomstig toegepast, met dien verstande dat het eerste lid van artikel 481 geene toepassing vindt.
Inhoud
Artikel 457
Tekst van deze versie
-
Herziening van eene in kracht van gewijsde gegane einduitspraak houdende veroordeeling, kan worden aangevraagd:
- 1°
op grond van de omstandigheid dat bij onderscheidene arresten of vonnissen, in kracht van gewijsde gegaan of bij verstek gewezen, bewezenverklaringen zijn uitgesproken, welke niet zijn overeen te brengen;
- 2°
op grond van eenige omstandigheid die bij het onderzoek op de terechtzitting den rechter niet was gebleken en die op zich zelve of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt in dier voege dat ernstig vermoeden ontstaat dat ware zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid, hetzij tot vrijspraak van den veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging op grond dat deze niet strafbaar was, hetzij tot niet ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van eene minder zware strafbepaling.
- 1°
-
Op gelijke gronden kan herziening worden aangevraagd, indien bij het gewijsde een telastegelegd feit als bewezen is aangenomen, zonder dat ter zake eene veroordeeling is gevolgd. Onder "veroordeelde" wordt in dezen Titel begrepen hij tegen wien zoodanig gewijsde is gegeven; de bepalingen daarvan worden te zijnen aanzien overeenkomstig toegepast, met dien verstande dat het eerste lid van artikel 481 geene toepassing vindt.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 5.8.1 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1, oud onderdeel a; lid 1, onderdeel a; oud lid 1, oud onderdeel b; lid 1, onderdeel b; oud lid 1, oud onderdeel c; lid 1, onderdeel c; oud lid 1; lid 1; oud lid 2; lid 2