-
De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk indien deze niet een onherroepelijke uitspraak van de rechter in Nederland houdende een veroordeling of een ontslag van alle rechtsvervolging als bedoeld in artikel 457, tweede lid, betreft, dan wel niet voldoet aan de voorwaarden in artikel 460 gesteld.
-
De Hoge Raad kan de herzieningsaanvraag betreffende het in artikel 457, eerste lid, onder b, vermelde geval niet-ontvankelijk verklaren indien deze niet wordt ingediend binnen drie maanden nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de gewezen verdachte bekend is.
-
Indien de herzieningsaanvraag kennelijk ongegrond is, wijst de Hoge Raad deze af.
-
In de overige gevallen zijn de navolgende bepalingen uit deze titel van toepassing.
-
De Hoge Raad kan alvorens een beslissing te nemen opdracht geven tot een nader onderzoek als bedoeld in de artikelen 461 en 463 of tot het inwinnen van advies van de in artikel 462 bedoelde commissie.
Inhoud
Artikel 465
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-10-2012.
Deze versie geldt vanaf 01-10-2012.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
15-05-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-10-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-03-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
09-11-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
07-05-2021
Historisch
01-05-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
19-12-2020
Historisch
25-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
01-10-2012
Historisch
01-09-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
01-04-2012
Historisch
01-04-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-08-2011
Historisch
01-08-2011
Historisch
02-07-2011
Historisch
02-07-2011
Historisch
01-07-2011
Historisch
01-02-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
01-11-2010
Historisch
10-10-2010
Historisch
01-10-2010
Historisch
01-09-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-04-2010
Historisch
01-01-2010
Historisch
01-07-2009
Historisch
01-06-2009
Historisch
01-04-2009
Historisch
25-03-2009
Historisch
01-01-2009
Historisch
01-09-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
09-05-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
01-02-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
01-12-2007
Historisch
04-07-2007
Historisch
01-07-2007
Historisch
01-06-2007
Historisch
09-05-2007
Historisch
01-03-2007
Historisch
01-02-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-11-2006
Historisch
01-09-2006
Historisch
01-04-2006
Historisch
01-02-2006
Historisch
01-01-2006
Historisch
01-11-2005
Historisch
15-10-2005
Historisch
01-10-2005
Historisch
01-08-2005
Historisch
01-07-2005
Historisch
15-06-2005
Historisch
01-02-2005
Historisch
01-01-2005
Historisch
01-10-2004
Historisch
01-09-2004
Historisch
01-07-2004
Historisch
01-06-2004
Historisch
19-05-2004
Historisch
01-05-2004
Historisch
01-02-2004
Historisch
01-09-2003
Historisch
01-07-2003
Historisch
01-06-2003
Historisch
01-01-2003
Historisch
01-10-2002
Historisch
04-09-2002
Historisch
08-08-2002
Historisch
12-07-2002
Historisch
01-07-2002
Historisch
01-05-2002
Historisch
08-03-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 08-03-2002
Tekst van deze versie
- Acht deDe Hoge Raad alvorensverklaart de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk indien deze niet een beslissingonherroepelijke teuitspraak nemenvan de rechter in Nederland houdende een onderzoekveroordeling nodig,of een ontslag van alle rechtsvervolging als bedoeld in artikel 457, tweede lid, betreft, dan beveelt hij dit en draagt dat onderzoek op aan een daartoe uit zijn midden te benoemen raadsheer-commissaris, doch kan dit ook, indien de herzieningwel niet betreft een door de Hoge Raad in eerste aanleg gewezen arrest, opdragenvoldoet aan de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken,voorwaarden in eenartikel rechtbank460 welke van de zaak nog geen kennis heeft genomen.gesteld.
- De Hoge Raad kan de herzieningsaanvraag betreffende het in artikel 457, eerste lid, onder b, vermelde geval niet-ontvankelijk verklaren indien deze niet wordt ingediend binnen drie maanden nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de gewezen verdachte bekend is.
- Indien de herzieningsaanvraag kennelijk ongegrond is, wijst de Hoge Raad deze af.
- In de overige gevallen zijn de navolgende bepalingen uit deze titel van toepassing.
- De Hoge Raad kan alvorens een beslissing te nemen opdracht geven tot een nader onderzoek als bedoeld in de artikelen 461 en 463 of tot het inwinnen van advies van de in artikel 462 bedoelde commissie.
1 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
02-06-2015
|
21-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 5.8.10 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; lid 1; oud lid 2; lid 2; oud lid 3; lid 3; oud lid 4; lid 4; oud lid 5; lid 5
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.