-
Acht de Hoge Raad de aanvrage betreffende het geval genoemd in artikel 457, eerste lid, onder 2°, gegrond, dan beveelt hij de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde en verwijst hij de zaak op de voet van artikel 461, teneinde hetzij het gewijsde te handhaven, hetzij met vernietiging daarvan het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren, de verdachte vrij te spreken of als niet-strafbaar te ontslaan van alle rechtsvervolging, of de verdachte opnieuw te veroordelen met toepassing van de minder zware strafbepaling.
-
Acht de Hoge Raad de aanvrage betreffende het geval, vermeld in artikel 457, eerste lid, onder 3°, gegrond, dan doet hij bij wijze van herziening de zaak zelf af of beveelt hij de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde en verwijst hij de zaak op de voet van artikel 461, teneinde – met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad – hetzij het gewijsde te handhaven hetzij met vernietiging daarvan recht te doen.
-
De veroordeelde aan wie krachtens het gewijsde zijn vrijheid is ontnomen is van rechtswege vrij en wordt onverwijld in vrijheid gesteld, behoudens het bepaalde bij artikel 470.
Inhoud
Artikel 467
Tekst van deze versie
-
Acht de Hoge Raad de aanvrage betreffende het geval genoemd in artikel 457, eerste lid, onder 2°, gegrond, dan beveelt hij de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde en verwijst hij de zaak op de voet van artikel 461, teneinde hetzij het gewijsde te handhaven, hetzij met vernietiging daarvan het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren, de verdachte vrij te spreken of als niet-strafbaar te ontslaan van alle rechtsvervolging, of de verdachte opnieuw te veroordelen met toepassing van de minder zware strafbepaling.
-
Acht de Hoge Raad de aanvrage betreffende het geval, vermeld in artikel 457, eerste lid, onder 3°, gegrond, dan doet hij bij wijze van herziening de zaak zelf af of beveelt hij de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde en verwijst hij de zaak op de voet van artikel 461, teneinde – met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad – hetzij het gewijsde te handhaven hetzij met vernietiging daarvan recht te doen.
-
De veroordeelde aan wie krachtens het gewijsde zijn vrijheid is ontnomen is van rechtswege vrij en wordt onverwijld in vrijheid gesteld, behoudens het bepaalde bij artikel 470.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 5.8.12 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; lid 1; oud lid 2, oud onderdeel a; lid 2, onderdeel a; oud lid 2, oud onderdeel c; lid 2, onderdeel b; oud lid 2; lid 2; oud lid 3; lid 3